maandag 25 februari 2013

Mosterdsoep met casselerrib

Toen er gisteren, geheel tegen mijn zin in, opnieuw sneeuw uit de lucht viel, kreeg ik acuut trek in soep. Warme, voedzame soep. Maar mijn koelkastje oogde tamelijk troosteloos. De standaarddingen zie ik staan: mayo, mosterd, boter, eieren, melk en kaas. Dan nog een restje boerenkool met een stukje overgebleven rookworst. Verder: een halve stronk bleekselderij, bietjes, bosuitjes en stoofpeertjes. Hiervan valt dus geen soep van te maken, stelde ik teleurgesteld vast.
Mijn kookboeken bieden uitkomst. In de 12 maanden lekker eten vond ik een mosterdsoepje. Jeuh! Precies wat een verfomfaaid zieltje als ik nodig heeft. De prei vervang ik door bosui; de casselerrib door wat gebakken bacon. Aan de slag dan maar.

Ingrediënten
klont boter
1 ui, fijngesnipperd
250 gram kruimige aardappelen, geschild in blokjes
4 eetl. (graan)mosterd
1 ltr kippenbouillon
1 preitje, in ultradunne ringetjes gesneden
4 plakken casselerrib

Bereidingswijze
Fruit de ui en de aardappel zacht in de boter.
Schep er 2 eetlepels mosterd door en fruit alles nog even.
Voeg de bouillon toe en laat de soep 10 minuten zachtjes koken tot de aardappelen gaar zijn.
Leg de preiringetjes in een zeef en overgiet ze met kokend water.
Snijd de casselerrib in dunne reepjes.
Pureer de soep tot hij mooi glad gebonden is.
Roer er naar smaak nog wat mosterd door de soep, samen met zout en peper.
Schep de soep in warme borden en schep in het midden een bergje preiringetjes en reepjes casselerrib.

Lekker met grof boerenbrood en dik roomboter.

Bron: 12 maanden lekker eten – uitgave AH

zaterdag 23 februari 2013

Walnotentaart met cognac - Claudia Roden


Als je eenmaal het boek "De smaken van Spanje" in huis hebt, dan wil je er natuurlijk ook het liefst meteen iets uit maken. Mijn eerste voorkeur ging uit naar de zeebaars uit de oven. Jammer genoeg was die juist mijn huisje voorbij gezwommen. Eens even kijken: wat had ik allemaal in huis? Juist, nog een mandje verse walnoten, die nodig verwerkt moesten worden. Let's start ....

Ingrediënten:
500 gr. walnoten
4 grote eieren
200 gr. fijne kristalsuiker
75 gr. boter, gesmolten
3 eetlepel cognac
boter en bloem voor de vorm


voor de suikerstroop:
100 gr. suiker
1 ½ dl water
1 eetl cognac

Bereidingswijze:

Maal de noten grof in een keukenmachine.
Klop van de eieren en de suiker met een elektrische garde een dikke, bleke massa.
Roer er grondig de iets afgekoelde boter en cognac door.
Spatel de walnoten erdoor en giet het beslag in een springvorm van 28 cm

Zet de koek 45 min in de oven op 180 graden. Het moet stevig aanvoelen.

Verhit de suiker en het water voor de stroop in en pan en lost de suiker op.
Laat alles 5 min pruttelen en doe dan de cognac erbij.
Giet de hete stroop over het gebak in de vorm zodra het uit de oven komt.
Laat de taart voor het opdienen minstens 1 uur staan zodat de suikerstroop in het gebak kan doordringen.

Bron: De smaken van Spanje – Claudia Roden

En toen? Was de taart - ik noem het liever koek - goed gelukt voor een bakkluns als ik?
Euh, tja, kweenie. Op de foto ziet hij er bijzonder smakelijk uit. En dat was hij ook wel. Het leek me alleen dat de eieren weinig gesouffleerd waren. Nu moet ik er wel bij vertellen dat ik de helft van het recept gemaakt heb. Zo hoog als het plaatje in het boek had ik de taart/koek dus nooit verwacht. Het leek erop alsof de massa niet echt homogeen geworden was. En tja, wat kun je nu eigenlijk verwachten van een taart/koek zonder bloem? Laat ik het er vooralsnog maarop houden dat ik een authentieke Spaanse taart/koek heb mogen proeven.  

woensdag 20 februari 2013

Over postelein en de gruwelen erachter

Postelein. Ik zal een jaar of zes geweest zijn, toen ik voor de eerste keer kennismaakte met deze groente. Ik schrijf anno 1962. Locatie: Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht *. Zorgverleners: hardvochtige, met gesteven kappen getooide nonnen. In mijn ergste nachtmerries durven ze nog wel eens op te doemen.

Zij hanteerden bijzonder merkwaardige denkbeelden, aangaande het beter maken van zieke kinderen. Tucht, discipline en een kille benadering zouden gezondheidsbevorderend werken. Gods strenge hand regeerde. En wie bij Zuster Francisca nog steeds denkt aan een onbaatzuchtig, liefdevol persoon, die kan ik voor altijd uit de droom helpen. Luister en huiver ….

Ik was uitgeput, slap, futloos. En niemand wist wat ik had. Had ik stiekem van de rode besjes gesnoept, verderop in de straat? Had ik een vergiftiging opgelopen door het herhaaldelijk likken aan de tube mayonaise? Was er op school een bijzondere, nog niet bekende ziekte opgedoken? Talloze heren in witte jassen bezochten mij, staken vreemde voorwerpen in mijn lijf en schudden daarna meewarig hun hoofd. Waarna ik richting Utrecht werd gestuurd.

Ruim een jaar mocht ik er logeren. Natuurlijk was er volop expertise in huis. Natuurlijk bleef men onverwijld doorzoeken naar de oorzaak van mijn ziekte. En natuurlijk ben ik er (achteraf) van overtuigd dat ik medisch gezien op de juiste plaats terecht was gekomen. Maar die zusters, die zusters ….
De creaties die uit de keuken kwamen, waren bepaald al niet bedoeld om de eetlust op te wekken van het jeugdige volkje. Brood met appelmoes. Gruttenpap. Macaroni met blokjes smac en zure tomaten. De eerwaarde zusters maakten alles nog erger dan het al was. Liet je iets staan, dan belandde het prakje op een warmwaterbord en werd je -  samen met het eten - neergezet in een apart kamertje. Met veel misbaar werd de deur achter je dicht gedaan en op slot gedraaid.

Mijn levenslange afkeer van melk kent tevens zijn oorsprong in genoemd hospitaal. Niet opdrinken was geen optie. Dus werd het kinderhoofdje achterover gedrukt, het neusje ferm dichtgeknepen en de beker melk aan de lippen gezet. Drínken zou je. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Nog zie ik de verbeten monden van de zusters voor me. Met de beste wil van de wereld kreeg ik de lauwe witte motor niet naar binnen, wat meermalen resulteerde in een vieze pyjama. Waarna de eerwaarde vrouwen zich weer konden uitleven op een hardhandige boenbeurt.

Tot zover dan maar. Waarmee ik wilde zeggen: postelein paste tot voor kort in deze gruwelijke herinnering. Platgekookt en aangemaakt met een maïzenapapje. Glibberig. Zurig. Stroef in de mond. *yuk*. Toen de groente - als winterse variant - dan ook vorig jaar in mijn biologische groentepakket zat, heb ik eerst uitgebreid aandacht besteed om mijn afkeer ervan psycho-analytisch te elimineren. Ik was tenslotte geen kind meer. Er was niemand die me dwong. Alles was vrijblijvend. En als de smaak me na de eerste hap echt zou tegenstaan, kon ik altijd nog rap overschakelen op de boterham-met-gebakken-ei-modus. Toch?

De twijfel bleef. Maar rampen bleven uit. De keukenklok tikte gewoon verder. Het bestek werd pas neergelegd toen de borden leeg waren. En achteraf gezien bleek ik best lekker gegeten te hebben. De zurige, glibberige massa van weleer had ik weten om te toveren tot een stamppotje van rauwe postelein, met aardappelen en gebakken spekjes.
En vandaag was ik in een stoutmoedige bui; durfde zelfs het spek weg te laten en verving dit door geitenkaas. Ook goed te doen! Hiermee is mijn trauma ten aanzien van postelein voorgoed verdwenen. Hoera, ik verklaar mezelf beter!!!

* Het WKZ is momenteel een van de meest vooraanstaande ziekenhuizen in Nederland op het gebied van kindergeneeskunde. De Zusters van toen zijn vervangen door moderne, hoog opgeleide jongens en meisjes, die zich volledig inzetten om de zorg voor zieke kinderen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Met volop aandacht en begrip.

maandag 18 februari 2013

Beleef de lente


Al enkele weken heb ik een nieuwe wekker. Deze heeft geen stroom nodig. Ook geen batterijen. Alles gaat geheel automatisch. Geen snerpend gezoem meer of jengelende radio. Deze wekker is van vlees en bloed, heeft pootjes en vindt dat de mensheid een hele dag tot leven gewekt moet worden. Tussen het scharrelen door, laat hij zonder ophouden van zich horen. Hij is leuk, hij is grappig, maar hij is vooral móói. Ik kan met de beste wil ter wereld niet boos op hem worden.

Bovendien legt vandaag het Lentekind haar eerste aarzelende handje bedeesd in de mijne. Flirtend trekt ze me mee naar buiten. Waar de vogeltjes fluiten. Waar de koeien zachtjes loeien, de prinsessenboontjes groeien …..

Wat een zuurstof in de lucht vandaag! Wat een weelde om vanuit je tenen adem te kunnen halen, zonder angst te hoeven hebben je longen bloot te stellen aan tergende vrieskou. Nee, nog geen sneeuwklokje te zien, geen dartele lammetjes, maar wel een paar prachtige doorkijkjes. Beleef de lente!


ook de damherten genieten van de eerste zonnestralen


Kasteel Westhove - Domburg


zondag 17 februari 2013

Vispotje uit Dieppe


Vis is in huize Eetplezier een gewild onderdeel van de maaltijd. En omdat het water bijkans langs mijn achterdeur stroomt, is het geen enkel probleem om aan spartelverse exemplaren te komen.
Traditioneel gebruikt men voor dit rijk gevuld vispotje tarbot en tong, maar juist zalm zorgt voor een fraai kleuraccent. De garnalen heb ik spijtig genoeg achterwege moeten laten. Domweg omdat ik geen (voor)verpakte lust en de gladde wegen die dag een rit naar mijn favoriete visleverancier van As te Yerseke, verhinderde. Het smaakte evengoed heerlijk.

Voor 4-6 personen

Ingrediënten:
16 mosselen
12 grote garnalen
4,5 dl cider (of droge witte wijn)
50 gr boter
1 teen knoflook, fijngehakt
2 sjalotten, superdun gesneden
2 stengels bleekselderij, fijngesneden
1 dikke prei (alleen het wit) fijngesneden
250 gr champignons, in plakjes
1 laurierblad
300 gr zalm, in blokjes
400 gr tongfilet, ontveld, in blokjes
3 dl slagroom
3 eetl fijngehakte peterselie

Bereidingswijze:
Boen de mosselen schoon en verwijder zonodig de baarden.
Verwijder exemplaren die zich niet sluiten als je ze tegen het aanrecht tikt.
Pel de garnalen en verwijder het darmkanaal aan de rugzijde.

Verwarm in een grote pan met zware bodem de cider of wijn tot het kookpunt.
Voeg de mosselen toe en kook ze afgedekt 3-5 minuten, waarbij je de pan af en toe omschudt.
Giet ze af (bewaar het kookvocht en zeef dit).
Verwijder de mosselen die zich niet geopend hebben.

Spoel de pan om en verhit hierin de boter op matig vuur.
Smoor de knoflook, sjalotten, bleekselderij en prei 7-10 minuten.
Voeg de champignons toe en laat de groenten nog 4-5 minuten sudderen.
Neem intussen de mosselen uit hun schelpen.

Schenk het mosselkookvocht bij de groenten, voeg de laurier toe en verwarm alles tot het kookpunt.
Voeg de garnalen de visblokjes toe en pocheer ze 3-4 minuten op laag vuur, tot de garnalen roze kleuren en de vis ondoorschijnend is.
Voeg de room toe en de mosselen en warm alles nog 2 minuten door.

Voeg naar smaak peper en zout toe.
Strooi vlak voor het serveren de fijngesneden peterselie erover.

Bron: Slow Cooking – Joanne Glynn

woensdag 13 februari 2013

Als opmaat naar Valentijnsdag

Het wordt een leuke dag morgen. Voor de verliefde jonge mens. Marsepeinen harten en donkerrode rozen zijn dan gemeengoed. Romantisch samenzijn. Vonken die eraf spatten.
En terecht. Want de liefde moet gevierd worden. Leven in liefde is een groot voorrecht.
Ook ik zat ooit op die roze wolk. Liefde, afwas en wijn. En voor al die jong verliefden: laat je vooral niet afschrikken door die laatste regel. Echte Liefde overwint altijd, zelfs na een keer hartgrondig vloeken.





Rechte rug

Toen ik nog jong en recht van lijf en leden was
en jij behoorde tot de ongewervelden van die tijd
beslisten de vele vieze glazen om ons heen

samen te blijven om toch in ieder geval de afwas
tot een zichtbare bezigheid te maken, welke
in tweevoud en in opperste staat van wellust

nooit een einde kende. Hoe wij dachten
met één hand de liefde te kunnen lezen,
terwijl de moeders de stofnesten achter
onze onopgemaakte bedden vandaan krabden

en wij in hun ogen zagen dat ze liever niet,
of eigenlijk ook weer wel, in onze schoenen
wilden staan (die dan wel eerst gepoetst
moesten zijn). Want de liefde, de liefde,

daar draaide het toch allemaal om.

We knoopten de ochtend aan de avond,
vlochten een hongerig verbond en dronken
maandenlang van het net ontwaakte leven.

Pas toen ik de wijn door jouw open handen
liet glijden, hervonden de dagen hun namen
en voor de allereerste keer vloekte ik

op jouw strakgespannen ruggengraat.

© Nell Nijssen (03-08-2009)

zondag 10 februari 2013

My Super Bowl

Er hing een vibratie in de lucht toen we elkaar voor de allereerste keer zagen. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was een zwijgzaam type en keek me slechts doordringend aan. Ik stamelde van verliefdheid dat ik hem wilde. Hem alleen. Mijn robuuste rots in de branding. Zo onverwoestbaar. Zo sterk om te zien. En toch zo verfijnd en elegant met zijn roomwitte voorkomen. Zonder hem zou mijn leven voor altijd grauw en saai blijven. Met hem aan mijn zijde zou alles wat ik samen met hem aanraakte, veranderen in vloeibaar goud.

Maar kennelijk was de tijd er nog niet rijp voor. Ik aarzelde veel te lang en veel te veel. Van zijn kant hoefde ik niet veel initiatief te verwachten. Een soort van bescheiden ingetogenheid was misschien wel zijn grootste charme. Na die eerste ontmoeting dook hij nog vaak op. Op diverse locaties en altijd onverwachts. Mijn verliefdheid nam daardoor steeds heftiger vormen aan.

Gisteren zijn we dan eindelijk een verbintenis aangegaan. Voortaan leven we voor altijd onder één dak. En of mijn bestaan nu plotseling verandert is in een bouquetreeks-story? Roze wolken, melk en honing, het eldorado? Welnee, hij is niet de ridder op het witte paard en ik ben (gelukkig) niet opeens verstrikt geraakt in een overspelige affaire. Hij is en blijft een gewone schaal, een ordinair stuk aardewerk.

Maar als ik naar hem kijk, voel ik me zo vreselijk gelukkig. Niemand koopt een product óm het product; wij allen kopen een droom, een illusie. En dat is precies waar dit stuk voor bedoeld is. Want als ik behoedzaam mijn handen om zijn middel leg, waan ik mij de Prinses der Patisserie. Ik, die in haar hele bestaan nog nooit één fatsoenlijke cake heeft kunnen bakken, voelt zich voor even, o héél even maar, de Nederlandse Mary Berry.

donderdag 7 februari 2013

Chili sin (of con) carne

 
Chili is één van die gerechten die ik steevast vergeet als ik wanhopig op zoek ben naar de invulling voor de avondmaaltijd. Terwijl Man en ik het toch echt heel graag eten. Liefst met rijst. En wat salade voor de frissigheid.

Ook heel fijn: dit gerecht is supergemakkelijk om te te toveren van de normale (dus met gehakt) naar de vegetarische versie. Aan dit recept heb ik nog wel een grote ui toegevoegd. Voor de smaak.
De paprikamix heeft Appie aan andere klanten mogen verkopen. Als één rode paprika € 0,49 kost en de driekleurige mix € 1,79, dan kies ik simpelweg voor drie rode. Sorry, meneer Heijn, ik let op de kleintjes.

Ingrediënten:
1 eetl. zonnebloemolie
1 teen knoflook, fijngehakt
(optioneel: 1 ui, fijngesnipperd)
1 schaal vegetarisch gehakt (AH Vega) 175 gr (of h.o.h. gehakt)
1 theel. paprikapoeder
2 theel. gemalen komijn
½ theel. chilipeper uit de molen
1 zak paprikamix (3 stuks)
2 pakjes tomato frito (tomatensaus à 350 gr)
1 blikje mais, uitgelekt
2 blikken chilibonen (400 gr), uitgelekt
crème fraîche

Bereidingswijze:
Verhit de olie in een hapjespan en fruit de knoflook 1 minuut.
Voeg het (vegetarische) gehakt, de paprikapoeder, komijn en chilipoeder toe en bak op middelhoog vuur.
Schep regelmatig om.
Halveer ondertussen de paprika’s en verwijder de zaadlijsten.
Snijd het vruchtvlees in blokjes.
Voeg toe aan het mengsel en bak 5 minuten.
Doe de tomato frito erbij en laat op een laag vuur zachtjes koken.
Voeg de mais en bonen toe, schep om en warm nog 3 minuten door.
Verdeel de chili over de borden en schep er een fikse lepel crème fraîche op.
Bestrooi naar smaak met geraspte belegen kaas.

Bron: Allerhande december 2012


zaterdag 2 februari 2013

Pluk de dag



met koffie en carrotcake


met mam aan de tablet


met verse andijvie


met spek in de pan


en de Man achter het aanrecht



vrijdag 1 februari 2013

Pinã de Capo - Simon Lévelt

Leut. Het is een woord waar over 10 dagen in zuidelijk Nederland volop invulling aan zal worden gegeven. Alááf. Alááf. Alááf.

Het is niet aan mij besteed, die kolderieke verkleedpartij waarbij het bier rijkelijk vloeit en de echte Carnavalsvierder zoveel leut heeft dat hij/zij er nog dágen van bij dient te komen. Met een houten kop als bonus. Als rasechte Brabander heb ik er nooit iets van begrepen. De eerste (en laatste keer) dat ik me in het feestgewoel stortte, is me slecht bekomen. Sinds die tijd, houd ik me angstvallig schuil tijdens Carnaval.  Maar laat ieder ander vooral doen waar hij zin in heeft. Het leven is te kort om er niet volop van te genieten.

Thee-leut is meer een woord dat bij mij past. Ik kan zonder probleem middagen vullen met thee drinken. Boekje erbij, lampje aan.
Mijn favoriete thee is Twinings, meteen gevolgd door Betjeman en Barton en Simon Lévelt. De zwarte, losse thee ervan. Met een zeefje, een eitje, een lepel, is het zetten van een kopje thee net zo snel gepiept als met het traditionele zakje.

En soms heb ik om onverklaarbare redenen opeens even geen zin in thee. Koffie is geen bruikbaar alternatief, omdat mijn buikje daar fel tegen protesteert. Limonade ook niet, veel te zoet. Water dan? In Brabant is er een spreekwoord dat luidt: water wil ik nog niet in mijn klompen hebben. Dat zegt voldoende, denk ik.

Simon Lévelt heeft in zijn assortiment een groot aantal theeën die geen “echte theeën” zijn, maar fijne melanges van fruit en/of kruiden. Een welkome afwisseling als je af en toe zin hebt in iets anders. Deze pinã de capo bevat appelstukjes, rozenbottelschil, ananasstukjes, citroengras, ananaschips, citrussnippers, kiwistukjes, kokoschips en lemon myrthe. Heerlijk verkwikkend als je even geen zin hebt in gewone thee.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...