maandag 24 november 2014

Bospaddenstoelensoep met cognac en room

Paddenstoelen. Ik zal ze nooit zelf durven plukken. Omdat ik een enorme kakkebroek ben voor alle zaken die maar de schijn van giftigheid met zich meedragen. Ik maak dan ook een diepe buiging voor alle diehards, de enige, echte wildplukkers. Edwin Florés bijvoorbeeld is zo’n paddenstoelenhunter. Neem gerust eens een kijkje op Casa Foresta en ontdek de wereld van het Wilde Plukken. Dankzij ambitieuze mensen als hij kan ik met een gerust hart genieten van die verrukkelijke kabouterhuisjes. Natuurlijk wel nadat je eerst even de tijd hebt genomen om ze goed schoon te borstelen. Een secuur werkje. Met name de cantharellen kunnen vol zitten met naaldjes en stukjes grond. En dat wil je toch echt niet in je soepje.

Goed, bij mijn groentejuwelier zag ik ze weer liggen: de shii-takes, oesterzwammen, cantharellen, pied de moutons en nog meer soorten. Ik kocht een aardig assortimentje van circa 350 gr en vulde het aan met 250 gr kastanjechampignons. Met name de pied de moutons en shii-takes geven veel smaak.
En dan kun je er veel kanten mee op. Maar ik kom toch altijd weer uit bij de overheerlijke lichtgebonden bospaddenstoelensoep. Kleine moeite, groot genot. Met cognac. Met room. Alsof lekker al niet lekker genoeg is …..

Ingrediënten
350 gr variatie eetbare paddenstoelen
250 gr kastanjechampignons
2 sjalotjes, ragfijn gesnipperd
1 teen knoflook, geplet en gesnipperd
scheut cognac
30 gr bloem
30 gr boter
250 ml koude volle melk
1 liter bouillon (ik gebruik liefst groentebouillon)
40 ml room
zout/peper

Bereidingswijze
Begin met het maken van de roux.
Smelt de boter. Voeg, voordat deze verkleurt, de bloem er in één keer bij. Roer met een houten spatel tot je een soort van bal krijgt. Houd het vuur laag. Blijf roeren en laat de bloem enkele minuten garen. Goede stelregel is vanaf nu: warme bloem/boter, koude vloeistof erbij gieten. Begin met een klein beetje. Ik doe dat eerst met de koude melk. Blijven roeren nu! Je kunt ook een garde gebruiken nu, om zeker geen klontjes te vormen. Als de vloeistof helemaal is opgenomen, giet je weer een kleine hoeveelheid vloeistof erbij, en weer roeren tot een glad papje. Naarmate er meer vloeistof is toegevoegd, kan er een grotere plens bij. Wacht echter iedere keer tot de vloeistof helemaal is opgenomen en heeft geprutteld. Als je alle melk en bouillon hebt toegevoegd, heb je nu een licht gebonden emulsie. Persoonlijk houd ik niet van zwaar gebonden soepen, maar mocht je dit te licht vinden, dan gebruik je meer bloem/boter. Wel altijd gelijke hoeveelheden aanhouden. Dus 40 gr bloem, 40 gr boter.

Borstel  de paddenstoelen en champignons zorgvuldig schoon. Verwijder de harde stelen. Snijd ze in stukjes.
Bak de sjalotjes zacht aan in een eetlepel neutrale olijfolie. Laat ze niet verkleuren.
Voeg nu de paddenstoelen toe. Bestrooi met zout en peper.
Bak alles op middelmatig vuur tot ze hun vocht hebben vrijgelaten. Voeg nu de knoflook toe en laat nog even meebakken.
Blus af met een flinke scheut cognac. Wacht tot de meeste alcohol is verdampt.
Voeg de gebakken paddenstoelen toe aan de lichtgebonden bouillon, tezamen met de room.
Laat dit nog circa 10 minuten zachtjes doorkoken.

En dan maar smikkelen!

zondag 16 november 2014

Gastronomie 2014 - Food, Wine and More

Afgelopen week bezocht ik op uitnodiging de vakbeurs Gastronomie in de Jaarbeurshallen te Utrecht. Deze beurs staat bekend als hét culinaire vakevenement. Er was dan ook veel te beleven op de vloer. Kookdemonstraties, wijn- en olijfolieproeverijen, een ontdekkingsreis door de rijpingstijd van kazen en nog veel meer. Uiteraard ontbraken ook de standhouders niet, die hun begerenswaardige en vaak hoogstaande  producten toonden. En zoals altijd was ik diep onder de indruk van alle jonge, innovatieve ondernemers die anno 2014 een missie voor ogen hebben. Vlees willen leveren van koeien en varkens die een diervriendelijker leven achter de rug hebben, puur ambachtelijk brood bakken zonder kunstmatige toevoegingen, kwalitatief verantwoorde snacks ontwikkelen. Geweldig om te zien hoe gepassioneerd deze mensen hun idealen gestalte weten te geven.

Een van deze personen vertelt mij zijn verhaal. Hoe hij op een dag op het idee komt om een ándere, een bétere kroket op de markt te willen brengen. Gemaakt van dubbel getrokken bouillon op basis van scharrelrundvlees (met twee sterren Beter Leven kenmerk), uitsluitend natuurlijke ingrediënten, minder zout en een robuuste knapperige korst. Dat aan een dergelijk kwaliteitsproduct geen dubieuze E-nummers of geur-, kleur,- en smaakstoffen te pas komen, is bijna vanzelfsprekend. Zo’n kroket mag je best een beetje allure toedienen door hem de ietwat sjieke naam croquette mee te geven, oordeelden ze bij de Heeren van Loosdrecht.

Naast de croquette met vleesvulling ontwikkelden ze ook vegetarische borrelhapjes, de zgn groentemannekes. Maar ook kaas en garnaaltjes vinden hun weg in de ambachtelijke productielijn. Ik mag een aantal van deze snacks proeven. Een smakelijke, bijna "lopende" vulling, omhuld door een fijne krokante korst. In de groentemannekes komt de smaak van pure groenten goed tot uiting en de rundvleesvariant laat mooie stukjes vlees zien. Een verademing naast de over het algemeen inferieure kwaliteit die collega-ondernemers menen te moeten fabriceren. Niets dan lof voor deze Heeren met ambitie!



Rungis noemt zich de groenteboer voor de horeca. Hun uitgebreide assortiment halen ze van all over the world. Japan of Italië, het maakt Rungis niet uit. Zij willen kunnen voldoen aan elke vraag op groenten- of fruitgebied. Bereidwillige medewerkers raspen met hun mes over de schil van diverse citrusvruchten en laten me het verschil proeven en ruiken. Ongelooflijk, ik heb nooit geweten dat het menselijk reusorgaan zoveel diverse soorten etherische oliën weet te onderscheiden van elkaar. Voor het eerst zie ik de enige echte key lime, de yuzu, de bergamot en de zgn. Boeddha vingers.




En kennen jullie de Japanse andoorn? Op het eerste gezicht een tikje afschuwwekkend, maar deze mini Michelinmannetjes zijn prima rauw te eten en smaken een beetje nootachtig, wordt me verzekerd. Vol trots worden ook de chantenay carrots in diverse kleurvariëteiten getoond. Flowersprouts, topinamboer, duindoornbes of schorrekruid: Rungis kan al deze prachtige producten leveren.

Even later kom ik terecht bij het Vlaamsch Broodhuys. Het mag bekend zijn dat ik een groot liefhebber ben van dit brood.
(H)eerlijk puur desembrood met de volle smaak van graan. Brood zoals brood hoort te zijn. Stevig, knapperig en voedzaam. Inmiddels al meer dan 18 jaar bakt het Vlaamsch Broodhuis onder de bezielende leiding van Dimitri Roels het lekkerste zuurdesembrood van Nederland. Van authentiek Camprémy meel, eigen kweek zuurdesem, zeezout uit de Guèrande en gevitaliseerd water.

 Het belangrijkste ingrediënt van lekker brood blijft echter volgens Dimitri tijd. Ter vergelijking: een gewoon supermarktbrood rijst ten hoogste twee uur; de broden van het Vlaams Broodhuys doen er ten minste zes uur over. En juist dat aspect maakt het verschil, omdat tijdens die langere rijstijd de specifieke enzymen en bacteriën hun smaak kunnen ontwikkelen. Dimitri: “Gist laat dat gewone brood te snel rijzen. Dat gaat ten koste van de 300 aroma’s die zuurdesem ontwikkelt, 100 in het kruim, 200 in de korst. Om die reden worden heel vaak broodverbeteraars toegevoegd, om het gebrek aan smaak te compenseren”.





In de loop der jaren is het assortiment bij het Vlaamsch Broodhuys flink uitgebreid. Van puur wit tot volkoren en meerzaden, als ook hartige en zoete varianten, zoals olijven-tomaat en vijgen-hazelnoot. Na opnieuw geproefd te hebben van diverse soorten, stel ik tevreden vast dat dit brood nog steeds behoort tot de top van de Nederlandse broodbakkerij.

Valderrama olijfolie. Ik gebruik het al sinds de introductie ervan op de Nederlandse markt. Valderrama perst zijn olijven niet, maar centrifugeert ze. Door deze techniek is filtering overbodig geworden. Hierdoor blijven er geen aroma’s, smaken en vitaminen en bewaareigenschappen in de filters achter. Met andere woorden: deze blijven keurig opgeslagen in de olie zelf. En dat proef je. In huize Eetplezier is met name de Arbequina favoriet. Met zijn geur die doet denken aan pas gemaaid gras en groene appeltjes past hij perfect over de meeste salades, maar is ook zeker niet te versmaden bij vers wit brood. Ook de Hojiblanca, de Picudo en Cornicabra zijn ware olijfolie-engeltjes die elegante dansjes weten te maken over je tong.

Een noviteit is de Smoked Arbequina. Ik proef een subtiele hint van rook. Belangrijk te vermelden, dat de rooksmaak alleen door het rookproces wordt bereikt, er worden door Valderrama géén essences of andere kunstmatige zaken toegevoegd. In mijn hoofd verschijnen reeds heerlijke gerechten met dit product: een “pufje” hiervan over varkensvlees of wild, bereid op de plancha of de bqq zal zeker voor een verrassend effect zorgen.
 
Het is voor mij onmogelijk om alle exposanten van de beurs Gastronomie 2014 toe te lichten. Desondanks hoop ik dat ik jullie middels bovenstaande omschrijvingen een klein beetje heb kunnen laten proeven van dit fantastische evenement. Op naar Gastronomie 2015!

woensdag 12 november 2014

Aardappel-preisoep aka prei Parmentier

 
Antoine-Augustin Parmentier (militair apotheker) staat bekend om zijn pogingen de destijds ordinaire aardappel, populair te maken voor menselijke consumptie. Tijdens zijn krijgsgevangenschap merkte hij op dat men kon overleven door het eten van louter aardappelen. Een andere bekende Fransman, George Auguste Escoffier, wist de eenvoudige aardappel én de even zo eenvoudige prei om te toveren tot een potage purée Parmentier. Deze culinaire godheid zou nooit de naam Escoffier gedragen mogen hebben, als er niet een enorme hoeveelheid room in verwerkt zat. De volledige klassieke Franse keuken is doorspekt (what's in a name) met karrevrachten room en boter. En daar wordt zelfs een baksteen lekker door .....

In deze versie van Janneke Philippi is er gekozen voor crème fraîche. Iets minder heftig dus. Van mij mag je er gerust de hele 200 ml doorheen mengen, maar persoonlijk is een paar fikse eetlepels voor mij voldoende.

Ingrediënten (voor 4 personen)
50 gram roomboter
1 ui, grof gesnipperd
400 gr prei, in ringen gesneden
500 gr kruimige aardappelen, geschild en in blokjes
1,5 liter groenten- of kippenbouillon
200 ml crème fraîche
peper/zout

Bereidingswijze
Smelt de boter in een soeppan.
Fruit de ui 1 minuut.
Schep de prei en aardappel erdoor en smoor 20 minuten zachtjes, zonder ze te laten kleuren.
Schenk de bouillon in de pan en breng aan de kook.
Laat de soep nog 10 minuten zachtjes koken.
Pureer de soep met de staafmixer.
Roer de crème fraîche glad met een flinke scheut warme soep.
Roer dit door de soep met eventueel wat extra ragfijn gesneden prei.
Breng op smaak met peper en zout.

Janneke Philippi serveert bij deze simpele soep stoere zuurdesembroodjes, besmeerd met roquefortboter. Die maak je als volgt.
Pers een teentje knoflook boven een kom en prak er met een vork 100 gr roquefort, 3 eetlepels fijngehakte peterselie en 100 gr ongezouten roomboter (op kamertemperatuur) door. Voeg eventueel een klein beetje fleur de sel toe.

Bron: Soep bij Janneke thuis - Janneke Philippi

zondag 9 november 2014

Restaurant Vroenhout - Roosendaal

Mam, Man en ik vieren de afsluiting van een week vol bouwkundig drama (zie vorig blog). De nieuwe, modulerende cv-installatie werkt, na allerhande ongerief zoals een lekkage, gevolgd door een bijna lekkage en het voltooien van een reeks klusjes zoals het opnieuw netjes bijwerken van ontstane gaten, naar behoren. De programmeerbare klokthermostaat zorgt voor een constante, maar uiterst energiezuinig klimaat in mams huisje. Zij tevreden. Ik tevreden. De hoogste tijd voor een etentje.

Op tien minuten rijden van mams huis, bevind zich restaurant Vroenhout. Het is meer dan 12 jaar geleden dat ik hier voor het laatst was. Destijds had deze gelegenheid de aanblik van een rietgedekte boerderij met een romantische uitstraling; vandaag de dag heeft het een complete metamorfose ondergaan en is het omgetoverd tot een modern en stijlvol onderkomen. Veel glas rondom en zachte roomkleuren in het interieur.

We worden vriendelijk welkom geheten door de gastvrouw/eigenaresse Lore van Beekveld. Zij wijst ons een ronde tafel aan. Terwijl we van onze wijntjes genieten, bekijken we de menukaart. Die toont ons mooie, eerlijke gerechten. Tongschar, rib-eye, gelakt hertenfilet. We kiezen voor het vriendelijk geprijsde Bib Gourmand menu in drie gangen. Ondertussen wordt er een knabbeltje op tafel gezet. Verse noten met o.a. wasabi en huisgemaakte flinterdunne koekjes.

Na een tiental minuten verschijnt een amuse, bestaande uit een lolly van parmaham met een vleesvulling op basis van chartreuse en een taartje van zeebaars met nog een aantal ingrediënten die ik me niet goed herinner. Erg verfijnde gerechtjes die ons bijzonder nieuwsgierig maken naar wat nog komen gaat.


Dat we daarin niet worden teleurgesteld, blijkt wel als de voorgerechten verschijnen. Aan de andere kant van de tafel een schitterend bord carpaccio van hert, afgewerkt met een pesto, zoetzure pompoen en granaatappelpitjes.
Voor mij is er ravioli van bospaddenstoelen met rillette van eend en een jus van morilles. Stevige, krachtige smaken die schreeuwen om vergezeld te worden door een mooie, rode wijn. Vanwege de vermoeiende dag die achter me ligt, laat ik die echter achterwege. Voor de zekerheid dat ik niet in slaap zal vallen.
Tussen voor- en hoofdgerecht zit een prettige tijdspanne. Men haast hier zeker niet, maar het wachten op een volgend gerecht duurt ook niet eindeloos. Een pluspunt wat mij betreft.
De Man heeft gekozen voor een goed stuk vlees. Een rib-eye met bearnaisesaus, vergezeld van een kroketje van zuurkool, een schattig witlofstronkje en een geroosterd tomaatje. Botermals vlees, is het oordeel, perfect gebakken.
 
Ik heb zekerheidshalve gekozen voor de gebakken griet met crème van schorseneren en truffelsaus.
Op een romantisch gedecoreerd bord verschijnt de griet. De vis is overduidelijk supervers en heerlijk gegaard. Eronder een bedje van spinazie-spaghetti. Ernaast nog wat spinazie. De bijgeleverde truffelsaus blijft onaangeroerd. Persoonlijk ben ik niet weg van de smaak van truffel in combinatie met vis. Ook de torentjes van zoetzure pompoen bevallen me niet. Ze zijn te zuur en verlammen mijn smaakpapillen. Maar de voortreffelijke vis maakt alles meer dan goed.
Wat betreft het nagerecht zijn we eensgezind. Het is een panna cotta van caramel, met sandwiches van banaan en pinda en chocolade-noga ijs. Een prachtig opgemaakt glazen bord komt op tafel. De smaken zijn verrukkelijk en harmoniëren perfect met elkaar.
We sluiten af met een espresso en een thee. Op een leistenen plaatje een aantal lekkernijtjes. Die worden neergezet zonder uitleg. Opeens gaan er wat meer dingen fout. De espresso wordt verwisseld door een koffie en de verse muntthee blijkt, zonder excuses, te zijn vervangen door gedroogde. Dat is niet alleen jammer, maar ook een gemiste kans voor de brigade. Vaak blijft juist een fijne afsluiting nog lang hangen in het geheugen. Enfin, ik zie dat het druk is en dat de gastvrouw haar personeel niet op alle fronten tegelijk in de gaten kan houden.
 
Desondanks hebben we heerlijk gegeten. Tevreden verlaten we het restaurant. We zetten Mam af bij haar huisje, zeggen gedag en rijden daarna door de donkere nacht terug naar Zeeland. Waar het na hectische week goed toeven is. Maar nu eerst slapen ... láng en véél slapen.
 
 

dinsdag 4 november 2014

Over bouwgeweld en vispotjes


Het druk hebben is niet erg. Van hard werken is er nog nooit een mens dood gegaan. Anders wordt het als je afhankelijk bent van derden die niet op tijd komen, gigantische bergen rotzooi veroorzaken en de boel de boel laten. Ik was voorbereid, maar niet op deze vorm van bouwgeweld.

Ons mam woont in een appartementencomplex met blokverwarming. Heel handig. Radiator aan = behaaglijke warmte. Radiator uit = lekker koel in huis. Tot zover mams gedachtegang. De verhuurder denkt daar heel anders over. Die begint over individuele combi cv-ketels die enorm veel rendement op zouden gaan leveren. Dat klinkt heel aantrekkelijk, ware het niet dat er tig leidingen gelegd moesten worden door alle vertrekken, plus een collectief afvoerkanaal voor de rookgassen met een diameter van zo'n 30 cm. Dwars door dikke betonlagen. En dat allemaal met starttijden rond 07.15 uur.

Ondanks veel protest van 72 medebewoners, kiest de verhuurder er voor het onzalige plan door te zetten. Democratie heet dat. Ons mam balanceert op de rand van een zenuwinzinking. Vanzelfsprekend. Manlief en ik verzekeren haar dat we stand-by zullen staan.

di 28 okt:
Ik maak een gigapan rijkelijk gevulde minestronesoep. Om mee te nemen. 's Middags dekken we zoveel mogelijk onder om puin en stof te voorkomen. Meters stucloper worden uitgerold.
Dertig meter schilderplastic gaat over de meubelen.

wo 29 okt:
Mijn wekker gaat om 05.30. Na een snel ontbijt en een even snelle autorit zijn Man en ik om 07.30 bij mam. Wij wachten. Tot liefst 10.30. Intussen heb ik mezelf tot drie keer toe compleet opgegeten. Dan breekt een oorverdovend lawaai los. Overal in huis wordt de weg versperd door een bouwmannetje dan wel een bouwmasjientje. Mam zit in een stoeltje waar ze normaliter nooit in zit en kijkt me wanhopig aan. Dan klinken er paniekerige geluiden vanuit de hal. Er stroomt water uit een boorgat. Een van de bouwmannetjes wordt bijna geëlektrocuteerd en het water stroomt langs de naden van de stucloper in het tapijt. Gelukkig wordt het vanzelf avond en is er soep. Grote kommen troost in bange dagen.

do 30 okt
Ondanks eerdere afspraken gebeurt er niets. Mam baant zich strompelend een weg door haar half-ingepakte huis inclusief inboedel. Ik maak opnieuw een grote pan eten klaar. Voor morgen.

vrij 31 okt
De wekker begint er lol in te krijgen en laat nu om 05.15 uur van zich horen. Nog voor 07.30 uur zijn we in Roosendaal. Met de slaap nog in onze ogen, maar we zijn er, zodat Mam gerust kan zijn.
Een invasie van vijf man sterk neemt bezit van het huis. Overal loopt iemand. Met een boor. Of een buis. Een strip. Of een koppeling. En het gaat niet zachtzinnig. Rauwdouwers noemen we dit soort lieden in Brabant. De Man doet nog dappere pogingen op alle plaatsen tegelijk aanwezig te zijn, maar moet het opgeven. Ik neem Mam mee naar de stad. Puur voor de afleiding, want van gezellig winkelen is geen sprake als je weet dat je zorgvuldig opgebouwde huisje bijkans wordt afgebroken.

Als we thuiskomen is het bouwgeweld gelukkig verdwenen. Man fluistert me toe dat er nog net op tijd lekkage is voorkomen. Terwijl de cv-installatie operationeel werd gesteld, stonden de mannetjes rustig buiten tot er voldoende water in het systeem gelopen was. Gelukkig heb ik een man met een waakzaam oor die snel in de gaten had dat er iets goed fout zat. In allerijl wordt het complete systeem leeggepompt, waarmee een gigantische lekkage werd voorkomen. Hallelujah, geloofd zij de Heer!
Na het meeste puinruimen is er gelukkig hutspot met sukadelapjes.

Gisteren en vandaag heb ik me bezig gehouden met allerhande administratieve afwikkelingen. Schade claimen. Voorschotbedrag energie bijstellen. Klachtenbrief naar de verhuurder. Boilerhuur opzeggen. Handleiding klokthermostaat downloaden. En zo nog een aantal zaken.

Is er dan helemaal geen energie meer over voor een leuk receptje, vragen jullie? Jawel hoor. Ik plaats gewoon een ouwetje. Van een jaar of anderhalf terug. Een heerlijk, tijdloos vispannetje. Een makkelijk gerecht voor iedereen die geen bouwgeweld om zich heen heeft.

Ingrediënten: (voor 4-6 personen)
16 mosselen
12 grote garnalen
4,5 dl cider (of droge witte wijn)
50 gr boter
1 teen knoflook, fijngehakt
2 sjalotten, superdun gesneden
2 stengels bleekselderij, fijngesneden
1 dikke prei (alleen het wit) fijngesneden
250 gr champignons, in plakjes
1 laurierblad
300 gr zalm, in blokjes
400 gr tongfilet, ontveld, in blokjes
3 dl slagroom
3 eetl fijngehakte peterselie

Bereidingswijze:
Boen de mosselen schoon en verwijder zo nodig de baarden.
Verwijder exemplaren die zich niet sluiten als je ze tegen het aanrecht tikt.
Pel de garnalen en verwijder het darmkanaal aan de rugzijde.

Verwarm in een grote pan met zware bodem de cider of wijn tot het kookpunt.
Voeg de mosselen toe en kook ze afgedekt 3-5 minuten, waarbij je de pan af en toe omschudt.
Giet ze af (bewaar het kookvocht en zeef dit).
Verwijder de mosselen die zich niet geopend hebben.

Spoel de pan om en verhit hierin de boter op matig vuur.
Smoor de knoflook, sjalotten, bleekselderij en prei 7-10 minuten.
Voeg de champignons toe en laat de groenten nog 4-5 minuten sudderen.
Neem intussen de mosselen uit hun schelpen.

Schenk het mosselkookvocht bij de groenten, voeg de laurier toe en verwarm alles tot het kookpunt.
Voeg de garnalen de visblokjes toe en pocheer ze 3-4 minuten op laag vuur, tot de garnalen roze kleuren en de vis ondoorschijnend is.
Voeg de room toe en de mosselen en warm alles nog 2 minuten door.

Voeg naar smaak peper en zout toe.
Strooi vlak voor het serveren de fijngesneden peterselie erover.

donderdag 23 oktober 2014

Over boodschappenbriefjes en gevoel voor humor

Mijn pap was een echte lolbroek. En een binnenvetter. Als die twee kenmerken samenkomen, is er meestal sprake van “lachen om niet te hoeven huilen”. Dat lijkt een trieste constatering, maar is het niet. Noem het een way of life. Of voor mijn part struisvogelpolitiek. Lachen is gezond, zeggen de wetenschappers. Daar heb ik me, geheel met instemming van pap, tot nu toe aan gehouden. En het bevalt me prima.

Ik reis met jullie terug in de tijd. Naar het jaar 1990 om precies te zijn. In die tijd bezaten Man en ik een moestuin. Omdat wij het altijd druk hadden met onze banen, de hond en allerhande sociaal vertier, besluit pap op een mooie woensdag in oktober te komen om de tuin winterklaar te maken. Want dit soort karweitjes doet hij het allerliefst  zonder toezicht. Hij was wel wat gewend op moestuingebied.  En: alles zou goed komen. “Gaan jullie alsjeblieft lekker werken”, zei hij nog. “Ik zorg vanavond ook meteen voor het eten. Er zal nog wel genoeg op de tuin staan”.

Ik zucht eens. Met pap in huis weet je nooit wat je te wachten staat. O, het zit hem niet in dat koken, dat kan hij als de beste met zijn kokspapieren op zak, het is meer zijn aandoenlijke klunzigheid op huishoudelijk gebied die me soms doet verstijven.

Het staat nog in mijn geheugen gegrift. Die keer dat hij, druk in de weer met aardappelen schillen maar tegelijkertijd net zo druk met zijn nimmer aflatende pogingen ons te laten lachen, de kraan vergat en de gootsteen maar blééf overlopen. Jawel, het lachen kwam achteraf, maar op dat moment zag ik het water tot ver onder de koelkast lopen.

Of die dag dat wij, vanwege onze beperkte behuizing,  tien kilo bramen hadden uitgespreid op de mat voor de voordeur. Het kon even niet anders. ’s Avonds zouden we de vruchten gaan verwerken tot jam en sap. Overdag moest er gewerkt worden. Bij herhaling had ik gewaarschuwd:  pap, als de bel gaat, NIET in een reflex richting voordeur stormen. Hij beloofde plechtig er rekening mee te houden. Het mocht niet baten. Maandenlang heb ik rode spetters van de wanden geveegd. Die winter hadden we ook voor het eerst sinds jaren geen bramenjam.

Terug naar die bewuste dag in 1990. Aan het ontbijt is pap de rust zelve. Voor de zekerheid demonstreer ik nog even, vóór ik naar mijn Betonnen Blok vertrek, de nieuwe aanrechtkraan. Met waste. Geen dopje dus voor de afvoer, maar een hendeltje om de wasbak af te sluiten. Zie je pap?
Hij knikt vol overgave. Alles onder controle, twinkelen zijn ogen. Gerustgesteld geef ik hem een kus en zeg dat we rond half zes thuis zijn. “Waar kan ik een grote tas vinden”, roept hij, als ik al buiten sta. “Voor de groenten hè”, zegt hij minzaam terwijl ik met een enigszins verbeten mondje een kingsize formaat Appie tas tevoorschijn tover.

Als ik ’s avonds thuiskom, voelt het even net zo vertrouwd als vroeger. Niks meteen naar de keuken rennen. Niks boodschappen uitpakken. Op de keramische plaat staan drie grote pannen geduldig te wachten. Ik licht de deksels op. Hmm, lekker, andijvie met gehaktballen. Mam heeft de tafel al gedekt en zit een boekje te lezen. Pap zit aan een neutje, maar springt meteen omhoog als hij opnieuw een sleutel in het slot hoort.

Een half uur later zitten we met zijn viertjes aan tafel. Gezellig zo. We komen geen praat tekort. “Veel zand in de andijvie zeker, pap”, informeer ik, denkend aan al die keren dat ik zelf de kroppen eindeloos heb moeten spoelen. “Viel mee, het is klei hier hè, geen zand, net als bij ons”. Het antwoord bevreemdt me, maar goed, tot nu toe nog geen geknars tussen de tanden gevoeld, dus het zal wel goed zijn. Of …. wacht eens, wat voel ik nu opeens tegen mijn tong? Ik rol de hap aardappel met andijvie van de ene naar de andere wang, kauw nog een keer voorzichtig  en werk dan met mijn tong iets naar voren. Iets wat duidelijk niet in een maaltijd hoort. Verbaasd kijk ik naar een klein, wit rolletje tussen mijn vingers. Het heeft de structuur van papier. En ik kan het ook nog uitrollen!  Het wordt stil aan tafel. Doodstil. Ik lees voor: koffiefilters, koekjes, allesreiniger. 

Een fractie van een seconde kijkt pap me ietwat bedremmeld aan. Gelukkig weet hij zich snel te herpakken en gooit hij zijn oude gewoonte in de strijd. “Bewaren jullie je boodschappenbriefjes altijd in de tas? Voor een volgende keer of zo? Ik gooi die meteen weg”. Met een zelfgenoegzaam trekje blikt hij in het rond. Of we willen of niet, we grinniken weer om hem.

Waarmee ik terecht ben gekomen op de daadwerkelijke boodschap achter dit alles. Of zoals pap het zou verwoorden: Vergeet nooit te lachen. Want alleen daardoor wordt zelfs het meest uitgekookte boodschappenbriefje (lees: naderend dan wel achter je liggend onheil) omgetoverd tot een hilarische slapstick. Waarvan akte.

dinsdag 21 oktober 2014

Hartige muffins met gorgonzola en vijgen


Storm en regen getrotseerd. Thuiskomen. Verwarming op 21 graden zetten. Rood wijntje inschenken. Vanuit de keuken de dag doornemen net je lief. Een beetje snijden, een beetje kneden. Wegschurken in je meest behaaglijke trui. Wachten tot de oven piept. Om daarna heerlijk op de bank deze pittige jongens op te peuzelen. Met een tweede glaasje rood. Vergeet al die sombere weermannetjes. En geniet!

Ingrediënten (voor 12 stuks) :
150 gram gorgonzola
50 gram gedroogde vijgen
275 gram zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel bakpoeder
zout
2 eieren
225 ml melk

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden (heteluchtoven 180 graden).
Snijd de kaas in kleine blokjes en de vijgen in kleine stukjes.
Zeef het bakmeel met de bakpoeder en een snufje zout boven een kom.
Klop in een schaaltje de eieren los met de melk.
Meng het eimengsel met een mixer door het meelmengsel.
Klop het in ongeveer 3 minuten snel luchtig
Spatel er vervolgens de kaasblokjes en de vijgenstukjes door.
Vul de muffinvorm met 12 bakvormpjes en verdeel hierover het beslag.
Bak de hartige muffins in het midden van de voorverwarmde oven in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...