zondag 27 januari 2013

Zondagse soep


Soms bevindt je lichaam zich ergens eind  2013, maar verblijft je geest midden jaren zeventig. De Britt’s en Ymke’s van vandaag noemen dat “retro”. Ik noem het melancholie. Weemoed om wat geweest is en nooit meer terugkomt.

Nu de sneeuw langzaam van mijn stoepje begint te smelten, is het een uitgesproken dag om rustig te overpeinzen. Contemplation on Sunday. Hier in Zeeland doet men dat liever in een (steenkoude) kerk; zelf geef ik de voorkeur aan de warmte van mijn vertrouwde keukentje. Met de Canto Ostinato uit de speakers, laat ik kalm de runderschenkels in koud water zakken. Om even later, als het water zacht begint te borrelen,  uitvoerig de tijd te nemen voor het afschuimen. Zondagse soep is een meditatief gebeuren. Heel Zen allemaal. Zonder geduld wordt het gekookt water met sliertjes groen.

Dan komen de theezakjes tevoorschijn. Leeg welteverstaan. En groot formaat. Zoiets als dit: http://shop.blanchedael.nl/accessoires/theeaccessoires/t-sac-4.html. Al sedert het begin van mijn zelfstandige kookkunsten mijn ideale hulpmiddel om bouillon te kruiden. Tijm, laurier, foelie, gekneusde peperkorrel erin. Beetje proppen kan geen kwaad. Zout erbij. De enige keer per week dat ik het zoutvat kwistig hanteer, is bij het maken van soep. Fout, heel fout. Zout is slecht voor den Mensch. Maar één foutje per week kan/mag iedereen zichzelf permitteren. Dan nog een stengel bleekselderij, een in grove stukken gehakte ui en verse peterselie erbij en trekken maar ……

Tegen etenstijd volgt het snijden van de “groentjes” (zoals onze zuiderburen zo liefkozend zeggen): beetje prei, bleekselderij, wortel, venkel, courgette en boontjes. Even laten meekoken, niet te lang, een beetje bite geeft soep de illusie van gezondheid mee. En op het aller-, allerlaatst nog een fikse hoeveelheid selderij erdoor. Niet meer koken nu. Geen vermicelli, geen deegwaar. Zo hoort Zondagse soep voor mij te smaken. Een krachtige smaak met een delicate vulling. Maaltijdsoepen zijn van een heel andere orde. Bestemd voor alle andere dagen van de week. Als er hard gewerkt is en de magen knorren dat het een lieve lust is. Op Zonndag echter dient soep slechts als maagvulling na een aangename dag verpozen. Ehhh …… chillen dus.

donderdag 24 januari 2013

De beste recepten uit de hele wereld - Julie Andrieu


Nu de zorgen rond ons Mam enigszins geluwd zijn, durf ik weer ontspannen adem te halen en zo rond vijven vrijuit te genieten van een lekker glaasje. Heerlijk om dan door mijn laatst gekochte kookboek te bladeren: de beste recepten van de hele wereld. Ik had het, vanwege alle drukte, nog niet door kunnen kijken. Het is echt een fascinerend kook-, lees-, en snuffelboek. Mooie plaatjes en recepten van all over the world. Van Japan tot Noorwegen; van Engeland tot Oostenrijk. Verwacht geen culinair trapezewerk in dit boek, maar wel veel inspiratie om gerechten te maken waar je al vaak over gehoord had, maar nog nooit zelf aan begonnen was.

Wat zich nu al in mijn hoofd heeft weten te nestelen, zijn onder meer:

Stoofpotje van Vitello

Pasta met noten, wodka en gorgonzola

Tom Yam soep

Ananas Tropical

Boxty pancakes




maandag 21 januari 2013

Onverteerbaar


Dat valt nog vies tegen. Het bedenken van licht verteerbare hapjes die toch ook nog smakelijk zijn. Want ja, met ons mam en haar rommelende buikje in huis, blijft het nog steeds oppassen geblazen. Het strenge BRAT-dieet is intussen verleden tijd, maar om nu meteen aan de hachee of spicy maaltijden te beginnen, is wel heul erg de kat op het spek binden. Gestoofde witlof dus, worteltjes, gestoomd visje, witte bammetjes met rookvlees, roereitjes. Geen sinaasappeltjes, geen koffie en alleen het denken aan haar favoriete glaasje triple doet haar nog steeds gruwen.

Man en ik lijden op deze manier gewoon een beetje mee. Geen van beide zijn we liefhebbers van de Hollandsche Kost en om nu twee soorten maaltijden te gaan bereiden, vind ik dan weer niet bepaald het schoolvoorbeeld van consuminderen. Het blijft dus nog even afzien op culinair gebied in huize Eetplezier. Met als enige doel het bevorderen van een gezond milieu voor moedertjes darmflora.

Gisteren wilde ze toch wel graag rode kool met appeltjes proberen. Zin in, zei ze. En omdat het Voedingscentrum propagandeert te eten waar je zin in hebt na buikklachten, dacht ik daarin een kundige, professionele bondgenoot te vinden. Helaas, eens te meer bleek dat je niemand meer kunt vertrouwen.

De kool begon midden in de nacht te blazen dat hij eruit wilde. Van dergelijke nachtelijke avontuurtjes knap je niet op. Vandaag weer twee stapjes terug in het herstelproces. Lusteloos daagt ze Steven uit voor het vijftiende potje rummikub, leest de digitale krant nog een keer en weet nu voorgoed wat het woord “bankhangen” inhoudt. Was ze vroeger steevast als eerste uit de veren en reeds begonnen om de vaatwasser uit te ruimen, nu moet ik haar wakker schudden. Waarna ze moeizaam de badkamer opzoekt. Haar poeder- en rougekwast blijven onaangeraakt.

Afgezien van een klein aantal migraine-aanvallen en vier botbreuken heeft ons mam weinig lichamelijk ongemak gekend. En vermoeidheid? Met haar gezegde “Ik weet niet wat moe zijn is”, wuifde ze onze bezorgdheid laconiek weg, als Man en ik na een vermoeiend tripje voorzichtig vroegen of ze misschien niet even wilde zitten. Griep was een of andere gekke ziekte die andere mensen trof; mensen die niet elke morgen twee glazen vers geperst sinaasappelsap dronken en niet iedere dag verse groenten aten.

Intussen weet ze beter. Na elf dagen kwakkelen is ze voor heel even haar houvast kwijt. Gezondheid dwing je niet af. Die komt je toe. Of laat je in de steek. Zo gaat dat in het Echte Leven. Voor de meeste mensen iets heel logisch. Voor mijn übergezonde mam echter een uiterst onverteerbare zaak. Naar alle waarschijnlijkheid zal ze nog vele jaren napraten over die paar geniepige griepvirussen die haar begin 2013 zo kwalijk wisten te bespringen. En laat mij dat nu juist stiekem hopen: dat ze nog lange tijd aan die paar weken ziek-zijn weet te memoreren.


dinsdag 15 januari 2013

Ons mam blieft even geen Westmalle

Agozzie, wat klonk ons mam ziekjes toen ze afgelopen donderdag belde. Tuurlijk wilde ze eerst nog flink zijn en thuisblijven, maar gisterenmiddag was ik blij dat ze ermee instemde haar huisje te verlaten en mee te gaan naar Zeeland. Want hoewel ik in direct contact stond met haar huisarts, die mij kon geruststellen dat het echt aan alle kanten leek op een "gewone buikgriep", sliep ik al die nachten niet echt lekker.

Niet eten, niet genoeg drinken, lusteloos, heftige buikkrampen, het kan al gauw funest zijn voor iemand van 82. Vrijdag, zaterdag, zondag zijn we heen en weer gereden; wat zo'n drie kwartier per rit inhoudt. Liefst wilde ik haar meteen in een dekentje wikkelen en meenemen, maar ons mam heeft de regie nog stevig in handen; als zij zegt "Nee" wordt het zo gauw geen "Ja".

Net toen de eerste sneeuwbuien het land binnentrokken, gaf ze zich over. Uitgeput gaf ze te kennen  toch wel opgehaald te willen worden. Haar angst voor de lange  rit zonder een toilet voorhanden, wist ik drie kwartier te onderdrukken door koetjes- en kalfjesgebabbel met haar te voeren. Gelukkig wist ze het te redden zonder sanitaire stop.

Aangekomen is ze direct onder haar extra gevulde dekbedje geschoven. Slapen wilde ze, lang slapen. Ik beloofde haar dat dat kon nu ze bij me was. Ik lette wel op haar drinkschema. Want dat was mijn eerste zorg: drinken, drinken, drinken. Haar  droge mond, diepliggende ogen en lusteloosheid verraadde al tekenen van uitdroging.

Speciaal voor de zieke werd er in huize Eetplezier ingezoomd op het BRAT-dieet: bananen-rijst-appel-toast, afgewisseld met vele glazen ORS. Nu - ruim 30 uur later - heeft dit zijn vruchten afgeworpen. Langzaamaan beginnen de praatjes terug te keren. De kleine, licht verteerbare hapjes zorgen nog wel voor veel darmbeweging, maar het meeste blijft gelukkig binnen.

Haar dagelijkse glas Westmalle triple echter, nee, dat blieft ze toch nog even niet.




donderdag 10 januari 2013

Geroosterde groenten

Vroeg naar bed gaan om van een verkwikkende nachtrust te genieten. Om vier uur wakker worden en geen oog meer dicht doen. Even een frisse neus halen en meteen wat boodschapjes doen. De deur uitgaan, zonder paraplu, waarna de miezerregen zich blijkt te ontpoppen tot een doordringende sluier van nattigheid. De voorruit van de auto laten vervangen omdat het sterretje gaandeweg tot een scheur aan het transformeren is. Aankomen bij het reparatiebedrijf om te horen te krijgen dat – helaas, helaas – de juiste ruit niet aanwezig is. Medicijnen ophalen. Opgebeld worden door de apothekersassistente dat de medicijnen die ik al 12 jaar tot volle tevredenheid slik, niet langer vergoed worden.

Zo’n dag dus. Van die dagen dat een gladde rug errug van pas komt. Tegensputteren, je stekels opzetten, kont tegen de krib, het heeft geen zin. Zulke dagen komen gewoon enkele keren per jaar terug. Of je wilt of niet.

De hoogste tijd voor zinniger zaken! Ik had trek in geroosterde groenten à la Onno Kleijn. Dat gaat als volgt: stamp of vijzel 2 eetlepels citroenrasp, 2 eetlepels citroensap, 6 eetlepels grassige olijfolie (ik gebruik Valderrama) met 6 ansjovisfilets (nee, nee, niet bang zijn) fijn en hussel dit mengsel door de groenten. Leg alles in een ruime ovenschaal met wat grof zeezout erover en rooster zo’n 25 à 30 minuten in de oven op 200°. Af en toe even omscheppen.

Met wat gehakte cashewnoten erover en wat quinoa of rijst als bijgerecht heb je een volwaardige maaltijd. Je dag is er niet minder verloren door, maar je hebt in ieder geval smakelijk gegeten.




zondag 6 januari 2013

Business as usual


Weer met beide voeten op de aarde beland. Na al het feestgedruis en de overdadigheid die daarbij hoort, voelt dit goed. Heel goed zelfs. Maria heeft zich, samen met haar kindeke en het overige voetvolk, opnieuw in de welbekende doos gehuisvest en de slinger van wenskaartjes bevindt zich in de oud papiermand.

Ik houd eigenlijk helemaal niet van terugblikken; ben meer een vooruitkijker. Schepen die ver achter de horizon verdwenen zijn, keren zelden weerom. Het is zoals het is. En het gaat zoals het gaat. Zoals elk jaar werden ook in 2012 de mooie momenten afgewisseld door hele nare gebeurtenissen. Such is life vertelt mij de bijbehorende tegeltjeswijsheid.

Nog goede voornemens dan? Jazeker. Ik wil ten minste enkele malen per maand een dagdeel vrij maken voor iets van culturele aard. Een museum. Een concert wellicht. Ik wil minder kritisch worden. Meer loslaten. Maar tegelijkertijd ook meer zeggen wat ik voel. Misschien een cursus mindfulness (mandflessen maakt de spellingcontroller ervan) gaan volgen. Zoals het zich nu laat aanzien weet het brein zich middels dat mandflessen behoorlijk aan te scherpen. Even laten betijen …

En wat betreft de voedselvoorziening, valt er op dat gebied nog iets te verwachten? Ongetwijfeld, want naast alle gerechten die staan te popelen om in huize Eetplezier ter tafel te komen zie ik met grote, rode letters op het lijstje staan: een lunch bij Roger van Damme. Een tripje naar Parijs of Düsseldorf, om aldaar in het centrum alles wat maar enigszins met culinaire zaken te maken heeft, te besnuffelen.

Maar voor nu: even terug naar het basisvoedsel. Want waar diende voedsel in eerste instantie ook weer voor? Juist, het lijf voorzien van de broodnodige energie om te kunnen functioneren. Precies dat gebeurde gisteren in huize Eetplezier. Geen toeters. Geen bellen. Boerenkool en aardappelen. Aardser kan bijna niet. Jammer alleen van die rookworst, die mijn goede voornemen tot het eten van nóg minder vlees, op de vijfde dag van het nieuwe jaar onmiddellijk onderuit gehaald heeft. Kennelijk is ook dat het leven.



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...