vrijdag 31 mei 2013

Gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren


Verdere uitleg overbodig, toch? Pasta koken. Lamsoren wokken. Garnalen marineren en bakken of grillen. Oké, de marinade dan: gehakt pepertje en twee fijngewreven knofjes, zout, olie, beetje limoen. Eventueel afblussen met een scheutje ouzo. Yammie!

En dan misschien nog even over die befaamde lamsoren. Veel mensen van “boven de grote rivieren” kijken een beetje vreemd op bij het horen van deze naam. Krijgen associaties met levende wezens en suggereren dat mijn carnivorische trekjes wel heel bijzondere vormen gaan aannemen. Voor zeekraal geldt hetzelfde verhaal.  

Zowel lamsoren als zeekraal behoren tot de zgn. zeegroenten. Dat betekent dat het zout water nodig heeft om in leven te blijven. Het groeit daarom op zilte bodem bijvoorbeeld in kuststreken. In Nederland komen lamsoren uit Zeeland. Daar werd deze verfijnde groente lange tijd alleen in het wild geplukt. Tegenwoordig wordt het ook geteeld. Lamsoren zijn lange groene bladeren – soms een beetje grijzig- die de vorm hebben van een lamsoor. Ze smaken ziltig en passen daarom heel goed bij visgerechten. Lamsoor wordt ook wel zeeaster of zulte genoemd. 

Voor mij zijn beide groenten net zo normaal als voor elk ander het groene gras in zijn voortuintje. Ik weet niet beter of pap startte met enige regelmaat ons Dafje, bracht mam en mij naar een plaats waar de schorren op dat moment droog lagen, alwaar hij zijn broekspijpen oprolde en gewapend met een afwasteiltje en aardappelschilmesje een avondmaaltje van de zilte groente voor zijn gezin bijeen sprokkelde. Het waren mooie tijden ....


woensdag 29 mei 2013

Hartige muffins met gorgonzola en vijgen


Verwarming op 20 graden. Schenk een rood wijntje in. Schurk lekker weg in je behaaglijke trui. Vergeet al die sombere weermannetjes. En geniet!

Ingrediënten (voor 12 stuks) :

150 gram gorgonzola
50 gram gedroogde vijgen
275 gram zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel bakpoeder
zout
2 eieren
225 ml melk

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200 graden (heteluchtoven 180 graden).

Snijd de kaas in kleine blokjes en de vijgen in kleine stukjes.
Zeef het bakmeel met de bakpoeder en een snufje zout boven een kom.
Klop in een schaaltje de eieren los met de melk.

Meng het eimengsel met een mixer door het meelmengsel.
Klop het in ongeveer 3 minuten snel luchtig
Spatel er vervolgens de kaasblokjes en de vijgenstukjes door.
Vul de muffinvorm met 12 bakvormpjes en verdeel hierover het beslag.

Bak de hartige muffins in het midden van de voorverwarmde oven in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar.

Bron: weet het niet meer. Waarschijnlijk ooit in het AD gestaan.
 

 

dinsdag 28 mei 2013

Over wachtkamers en sinaasappels

Doktoren en wachten. Twee zaken waar ons mam een bloedhekel aan heeft. Twee keer per jaar is er zo'n dag, waarop beide zaken gecombineerd worden: de halfjaarlijkse controle bij verschillende specialisten. Haar anders zo montere humeur zakt op die dagen tot onder het nulpunt. Ze houdt niet van autoritaire, witgejaste jongens en meisjes die haar met een doordringende blik aankijken en hun verdict uitspreken. Uw staar is toegenomen; uw botdichtheid afgenomen. Hb-gehalte te laag, bloeddruk te hoog. Mam hoort het allemaal liever niet. Ze wil gewoon haar ding doen, zonder al die medische flauwekul. Die relatief kleine ongemakjes: ach, wat doet het ertoe, als het maar niet gaat regenen, zodat haar wasje vanavond lekker droog is. Zo is mam.

Maar goed, vandaag moet de hobbel dokter-wachten-dokter-wachten toch weer worden genomen. Na alle beslommeringen gaat ze voor een aantal dagen mee, om bij ons het weekend door te brengen. Nog maar net naast me in de auto, begint ze vol overtuiging te orakelen dat ze zich - ook al raadt de dokter het nog zo sterk aan - nog niet laat opereren aan haar ogen. Ik stel haar gerust. Hoeft ook niet, mam, jij bent de baas. Jij bepaalt wat er gebeurt. Opgelucht vertelt ze verder over buurman die nog elke dag zijn rondje van 80 km fietst. Een energieke buurt daar!

Eenmaal bij de poli oogheelkunde blijkt haar nervositeit overbodig te zijn geweest. Alleen de oogboldruk wordt gemeten. Die is prima. Geen verder onderzoek? Nee, mevrouw, ik zie u over zeven maanden weer. Op naar route 15. Ook daar gaat alles heel voorspoedig. In minder dan een uur, staan we weer buiten. 

Naar de opticien dan maar. Mam wil een nieuw montuur, want met het huidige kan ze geen dag verder leven. Het zakt af, doet pijn en ze lijkt wel een oud wijf er mee. Het zijn haar woorden.
Ter plekke zijn ze de wet van Murphy aan het heruitvinden. Niets klopt, alles krijgt een merkwaardige wending. Wij vluchten al snel van deze plek des onheils en gaan op zoek naar een collega die de zaken beter op orde heeft. 

Om drie uur zijn alle zaken afgehandeld. Tijd om de kelen te smeren. Afgelopen week las ik op Fb dat Paul Oosten schreef over de orangerie Mattemburgh. Al heel vaak voorbij gereden en nog nooit binnen geweest. Op weg naar Zeeland komen we er toch langs. Mam vindt het prima. Theetje drinken, wijntje nippen op locatie blijft haar favoriete bezigheid. Zoals vroeger, met pap.

Maar eerst bewonderen we de sinaasappelboompjes in de orangerie. Stoere mannen zijn met vervaarlijk uitziende snoeischaren bezig om alle bomen in model te brengen. Knap handwerk! Vanuit de serre, waar het aangenaam warm is, aanschouwen we de werkzaamheden. Mam geniet van het uitzicht en haar groene theetje.

Omstreeks zes uur arriveren we in winderig Zeeland. "Het is hier altijd kouder dan bij ons", zegt mam rillerig. "En het waait hier altijd zo hard". Maar gelukkig heeft ze ook positief nieuws: "de was wordt er wel lekker fris door".

Menu v/d dag: stamppotje veldsla met spekjes.
 

zaterdag 25 mei 2013

+ Fair bij de Zeeuwse Rozentuin - Kats

Ondanks het bere-slechte weer (fleece-shirt en winterjas aan) werd het toch nog een fijn dagje. Heel af en toe glipte er een sprankje zonlicht vanachter het grijswitte wolkendek vandaan. Dat gaf moed. Temeer omdat Man en ik een buitenactiviteit gepland hadden. Hoewel slechts enkele kilometers van onze woonst verwijderd, hadden wij al die jaren sinds we in Zeeland waren neergestreken – en dat is inmiddels meer dan 30 jaar - nog nimmer de Zeeuwse Rozentuin in Kats bezocht. Volgens ingewijden een soort van rozenwalhalla. Nu ben ik noch in het bezit van groene vingers, noch van een zonnige tuin, dus enigszins te verklaren was onze lange afwezigheid aldaar wel.

Enfin, van 24 t/m 26 mei vindt er de jaarlijkse + Fair plaats. Onder normale weersomstandigheden hadden we nu volop kunnen genieten van weelderig uitlopende rozenstruiken. Dat was, vanwege een langdurig defect aan het weermasjien daarboven, helaas niet het geval. Gelukkig was er meer dan genoeg te zien. Langs de lommerrijke laantjes boden tientallen standhouders hun waren en diensten aan. In de wagenschuur, het koetshuis en in de stallen aangevuld met tenten, stands en kramen zag ik o.a. romantisch brocante, gedroogd fruit, ambachtelijk brood, sfeervolle woondecoraties, planten en nog veel meer.

Bij de stand van Chestar proefde ik eerst van de diverse gedroogde fruitstukjes. Heerlijk! Te lekker om te laten liggen. Ik nam mee, v.l.n.r. amarenkersen, kokos-vanillebolletjes, aardbeitjes met cramberrie en kumquats. Allemaal gedroogd, ongesuikerd, zwavelvrij en zonder kunstmatige kleur- of hulpstoffen. Puur natuur allemaal.

 
Meteen gevolgd door een bruin desembroodje van pain belge, genaamd knoest. Dat wordt morgen een zondags ontbijtje met dit voor ons onbekende brood.

De aardige dames van illigraphics lieten me hun vrolijke Zeeuwse creaties zien. Kaarten, posters, illustraties, stilistisch werk veelal met een knipoog naar Zeeland. Kijk maar eens naar hun huiscollectie: op http://www.illigraphics.nl/www.illigraphics.nl/huiscollectie/Paginas/Zeeuws.html

Bij kwekerij Sluishoek zag ik stekjes van de meest aandoenlijke plantjes ooit. In tere oranje en lila kleuren. Ernaast een imposante vingerplantachtige reus. Mooi in al zijn eenvoud. Ik zou het allemaal mee willen nemen, maar ja, zonder zon in de tuin en met gebrek aan groene vingers, ligt al snel een catastrofe op de loer. Op de kiezen bijten dus!

Hoewel ik dacht er uren te hebben doorgebracht, gaf het dashboardklokje nog maar 14.10 uur aan. Tijd genoeg om door te rijden naar Middelburg, waar ik ten minste een maal per twee weken te vinden ben in de Drvkkery. Op zoek naar de nieuwste boeken, of gewoon voor een kopje thee en een tijdschrift. Vandaag troffen we het dubbelop. In de brasserie begon het zangduo Jan François en Jerry Velberg met hun optreden. Geweldige close-harmony muziek uit de zeventiger jaren: Simon and Garfunkel, the Everly Brothers, Eagles, afgewisseld door eigen werk. Schitterend vertolkt allemaal. Terwijl de zon zich door het serredak probeerde te wringen en Jan en Jerry mij terug in de tijd zongen, namen Man en ik nog een drankje. Het was er opnieuw aangenaam toeven, daar in de brasserie.

Maar vanaf nu mag wat mij betreft het weermasjien op zonnestandje 10, met de wind- en regenknop dusdanig onklaar gemaakt dat deze máánden lang niet te gebruiken zijn. Hoort u het, daarboven???



donderdag 23 mei 2013

Hond-en-Weer

 
Het zijn barre tijden. Extra dekens. Winterjas weer aan. De pas aangeschafte, zomerse shirtjes blijven beteuterd hangen waar ze hingen. Er schijnen zelfs doemdenkers te bestaan die stellig geloven dat deze voorjaarsherfst naadloos zal overgaan in het echte meteorologische najaar.

Nee, nee, ik ga de klaagzangen niet verder uitbreiden, wees maar gerust. Ik wil jullie zelfs enige vorm van vermaak aanbieden door te vertellen over mijn afwijking. Heb ik een afwijking? Die heb ik, jawel. Ontstaan in mijn vroegste kinderjaren en nimmer effectief behandeld. Willen jullie wel beloven dat jullie, ook na het lezen van dit alles, mij nog  een klein beetje serieus blijven nemen? Een zekere nuchterheid ten aanziens van dit onderwerp is wel geboden namelijk. 

Ik en ik praten met elkaar. Niet in mijn hoofd, maar gewoon daarbuiten. Huisgenoten en intimi zijn er getuigen van. Het spijt me dat ik hiermee afbreuk doe aan mijn schijnbaar intellectuele vermogens. Mijn alter ego heeft zich perfect weten te vermommen in de allang overleden hond. Hij is mijn luisterend oor, mijn rots in de branding, mijn houvast in barre tijden, mijn psych als ik er zelf niet meer uit weet te komen. Als dat moment eenmaal aangebroken is, begint Jessy als vanzelf te spreken. Ter geruststelling: mijn alter ego spreekt één octaafje hoger. Om verwarring en vroegtijdige afvoering naar geïsoleerde complexen te voorkomen, zeg maar. De conversatie gaat op zulke dagen als volgt: 

Man: *trekt de gordijnen open, met diepe rimpels in het voorhoofd* roept: wat een pokkeweer!

Jessy: we hebben een probleem. Het ouwe weermasjien was totaal versleten. Helemaal op. De Grote Baas heeft in maart al een nieuwe besteld, maar het blijkt een maandagmorgengeval.

Ik: kunnen ze geen monteur sturen dan?

Jessy: iedereen die aan de deur belt, doet zijn blauwe overall uit en zet zijn gereedschapskist neer. Eindelijk rust, zeggen ze. Dat schiet niet op. 

Ik: kun jij er zelf niet naar kijken dan? Hier beneden kon je zelfs dubbeltjes van de grond oprapen en eieren verplaatsen zonder ze te breken.

Jessy: sorry, vrouwtje, m’n pootjes zijn te dik om de resetknop in te drukken. 

Goed, op soortgelijke wijze reutelt dat nog een aantal minuten door. Ik zal jullie de rest besparen. Daarvoor in de plaats een versje dat ik een aantal jaren geleden schreef, toen de lente ook zichtbare kuren vertoonde. Het komt allemaal goed, ik beloof het jullie.

Hondenweer
terwijl jij nog steeds krampachtig
met onzichtbare konijnen in de weer bent
hoor ik de takken met windkracht waanzin
tegen ons slaapkamerraam slaan

dus begin ik nog maar eens een keer
over Jessy die met zijn pootjes
aan het verkeerde hendeltje gezeten heeft

een vuilnisbakje is toch óók een schaap en
heeft recht op zijn eigen streken in de HaaHaa
(hondenhemel is echt een achterlijk woord)

weten wij veel

een beetje gel in het haar en toe maar,
de vierentachtigste winterdag kan beginnen

en we denken wel aan pilletjes
nemen of zo – van die gifblauwe, waar je
onnatuurlijk lang van in slaap blijft - 

maar weten tevens van de lichtheid
van de lente die ons elk jaar
op kousenvoetjes weet in te halen

het is omdat we bondgenoten zijn:
we blijven nog even bij elkaar

© Nell Nijssen (07-05-07)
 

 

dinsdag 21 mei 2013

Pesto


Toen ik afgelopen weekend drie strengen heerlijk verse knoflook kreeg, wist ik al meteen wat ik er mee wilde gaan doen. A) knoflooksoep maken en b) pesto.

Ik begon met het laatste. Voor de maaltijd van vandaag had ik pasta in mijn hoofd. Met veel groenten, maar zonder vlees. Dan smaakt zo'n extra shot vers-kruid er natuurlijk prima bij.
Aan de slag met mijn eigen versie. Geen parmezaan in huis? Jammer, doch niet noodzakelijk, ik raspte gewoon een stuk Old Amsterdam. Iets zouter dan parmezaan, oppassen dus met extra zout toevoegen.

Eerst een grote bos basilicum kaal plukken. Blaadjes voorzichtig wassen en droog deppen. Flink wat pijnboompitten roosteren in een droge koekenpan. Knoflook (ik heb vijf teentjes gebruikt voor een behoorlijke portie) fijnsnijden. Knoflook, pijnboompitten en basilicum in de blender stoppen. In een dun straaltje extra vergine olijfolie toevoegen totdat een smeuïge massa ontstaat. Dan de kaas toevoegen en olie toevoegen tot het een goed smeerbare consistentie heeft. Proeven. Eventueel afmaken met peper en zout. 

Lekker met pasta! Ook niet te versmaden op een vers geroosterd bammetje of toastje.




maandag 20 mei 2013

I.M.

Pijn wiegt een wazig schimmenspel. 
Van weerloos en van sporen 
teddybeer en pluchen woordjes.

Kon ik afgebroken tijd toedekken
met tederheid
en stralend blauwe luchten.

Kon ik de toekomst nog langer voeden
met handenvol liefde
en een gefluisterd welterusten

dan was er geen dood.

Nell Nijssen (20-05-2013)



zondag 19 mei 2013

Kraamkamer




Een nieuwe lente en een nieuw geluid: 
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, 
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht 
In een oud stadje, langs de watergracht - 
In huis was 't donker, maar de stille straat 
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat 
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn

(Herman Gorter)


zaterdag 18 mei 2013

Regen in mei brengt armoe nabij


Regen. Bakken. Pijpestelen. Emmers. Waterbommen. Ze hebben grijze gordijnen opgehangen buiten. Blijft dat weermasjien defect daarboven of hebben wij echt niet beter verdiend dan dit?

De wanhoop nabij, kwetter ik veel te hard aan de ontbijttafel over nieuwe vazen, een make-up spiegeltje, een magimix nespresso, epilator, lipgloss, het nieuwe kookboek "A la mere de famille" dat ik nu echt aan wil schaffen etc. etc.

En wat doet een beetje deugdzame echtgenoot dan om nóg meer druilerigheid te voorkomen?  Die checkt de creditcards en doet zijn meisje (lees: meisjes) vrolijk uitgeleide. Het wordt vrijdag de koudste 17 mei sinds 1972 in Zeeland. Wij lezen 9,4 graden op de thermometer. Het mag de pret niet drukken.

Ji-haaaaaaa, shopping time! Zit  m'n jasje goed, zit m'n dasje goed, de vrouwtjes gaan op stap. Eerst maar eens lunchen. Tjee, wat is dat toch met dat eten altijd? We strijken neer in de brasserie van de Drvkkery. Eerst maar eens een pittig vissoepje. Om op te warmen.

Zullen we nog een bammetje nemen? Doe maar, want buiten hebben ze inmiddels een grijze, betonnen watermuur opgetrokken, die onze kooplust bijzonder aardig weet te temperen. De aantrekkingskracht van winkel-in, winkel-uit is voor een groot deel weggeëbd. De bruine boerenbam met groentekroket bevalt ons beter.


Na volledig gevoed en gelaafd te zijn, spurten we naar de dichtstbijzijnde elektro-toko. Ladyshave en nespressomasjientje behoeven weinig denk- of dubwerk, zodat we snel klaar zijn. Buiten hebben ze de ondoordringbare watermuur inmiddels weten te voorzien van een airco die ijskoude lucht verspreidt. Brrrr, het is definitief gedaan met ons shopgenoegen. Snel naar betere oorden!





donderdag 16 mei 2013

Geheim Dagboek - Hans Warren

Rustige dag vandaag. Buiten sombert het; het is kil en nat. De morgen is gevuld met huishoudelijke werkzaamheden van allerhande aard.
Vanaf drie uur heb ik me diep weg genesteld in mijn favoriete leeshoekje met twee recentelijk  aangeschafte delen Geheim Dagboek van Hans Warren. Verse thee en knapperige cantuccini koekjes binnen handbereik. De meeste Dagboeken heb ik opgeduikeld op boeken- of rommelmarkten. Afgezien van het eerste deel (1939-1941) heb ik de hele reeks compleet.

Hans Warren was Zeeuw, afkomstig uit Borsele, in zijn latere leven verhuisde hij naar Kloetinge, een kleine deelgemeente, die gezellig tegen Goes aanschurkt. Ik kwam hem regelmatig tegen. Een grijze, onopvallende man, gekleed in een regenjas, een ietwat aarzelende tred. In 2001 stierf Warren, oud en ziek, met een in verval geraakt lichaam, maar nog steeds met een fenomenale geestkracht. Tot de allerlaatste minuut blijft hij loepzuiver observeren en scherp formuleren. Nooit heeft hij het  geschuwd om zijn seksuele geaardheid - de herenliefde - expliciet weer te geven in zijn dagboeken. Zonder enige vorm van scrupules beschrijft hij zijn liefde voor beeldschone, fraai gevormde jongens.

Warren's oeuvre is een genot om te lezen. Zijn poëzie is indrukwekkend, evenals zijn korte novelles, maar het meest belangwekkend zijn toch wel de Geheime Dagboeken. Ik houd van de enorme diversiteit aan onderwerpen in zijn dagboekfragmenten. Zo afwisselend als het leven zelf, zo hinkt-stapt-springt Warren van interessant item naar item. Deze man is een groot natuurliefhebber, al op jonge leeftijd herkent hij de roep van de tjif-tjaf en de vleugelslag van de wielewaal. Misschien heb ik het aan hem te danken dat ik me meer en meer ben gaan interesseren voor de natuur om me heen. Vogels, bloemen, vlinders, sinds Warren over de zwartkoptuinfluiter schreef, wil ik ook de namen erachter weten.

Verder heeft Warren een passie voor kunst, met name Afrikaanse beeldhouwkunst. Als het hem eenmaal financieel voor de wind gaat, kan hij het zich permitteren zich omringd te voelen door artistieke juweeltjes. Bijna dagelijks streelt hij liefdevol het houten of stenen oppervlak van deze objecten. Ook de muziek van Scarlatti heb ik, mede door Warren's enthousiasme, leren waarderen.

En later, als hij Mario Molegraaf ontmoet en ze besluiten samen gaan te wonen aan het Pykeswegje, worden ook de culinaire uitspattingen tot in detail omschreven. Ze werken hard en leven er goed van. Dure wijnen en de meest exclusieve ingrediënten schaffen ze aan bij ISPC (de huidige Hanos), eenmaal thuis bereidt Warren hiermee uiterst luxueuze maaltijden, die de beide mannen vol overgave nuttigen. In de laatste vijf jaar van zijn leven, is hij recensent voor het blad Lekker. Alle veelvuldige bezoeken aan sterrenrestaurants worden in die tijd opgetekend in kritische rapporten, welke daarna gepubliceerd worden in de jaarlijkse uitgave van het culinaire blad.

Achter de enigszins schuchtere, kleurloze Hans Warren blijkt niet alleen een getalenteerd schrijver te zitten; hij weet mij met zijn uitvoerige verhandelingen over kunst, natuur én lekker eten, telkens weer  vele uurtjes te boeien.

Dagmenu: aardappeltjes, spercieboontjes (uit Marokko) en een biefstukje

maandag 13 mei 2013

Wie legt me uit

Wie legt me uit hoe alles werkt
hoe groot het gat is tussen nu en nooit
En hoe het komt dat ik nu merk
Jij bent weg maar dichterbij dan ooit
 
(Bron: Dichterbij dan ooit – Blöf)

Gisteren overleed één van Zeelands beste persfotografen: Willem Mieras. Een vakman pur sang. Altijd bescheiden, altijd op de achtergrond. Hij heeft bijna 40 jaar gewerkt voor de Provinciale Zeeuwsche Courant en in diezelfde krant werd melding gemaakt van zijn dood. Kort. Zakelijk. Waarschijnlijk zoals hij het gewild had. Maar het zette mij stevig aan het denken. Over de waan van de dag. Over het onherroepelijke. Over hoe één seconde het verschil uitmaakt tussen ambitieus je vak uitoefenen en definitieve roerloosheid. Hoe de dood je kan raken. Niet te bevatten.

Dan midden in de nacht het vervolg: wat betekent dat Eetplezier nu helemaal als er mensen naast je wegkwijnen aan de meest vreselijke ziekten. Zijn er geen belangrijker zaken in de wereld dan tot in detail te omschrijven wat je gegeten hebt? Hoe uitmuntend het wel niet smaakte en met welke ingrediënten het was samengesteld? Hoe bekrompen kan of wil ik bezig zijn?

Die vraag is gemakkelijk te beantwoorden: natuurlijk zijn er gewichtiger zaken in het leven dan de perfecte gaartijd van de pasta of de belachelijke variatie aan soorten zout. Al eerder gaf ik er blijk van, naast mijn plezier in eten en koken, aandacht te hebben voor o.a. kunst, cultuur en natuur.
Bovendien is een kritische consumentenblik ten aanzien van allerhande wangedrochten die de voedingsmiddelenindustrie ons voorschotelt, mij zeker ook niet vreemd. Zie hiervoor de rubriek Appeltje schillen.

Ik bekijk graag alle aspecten van ons dagelijks leven. Het is daarom dat ik niet langer uitsluitend het plezier in eten of het koken, wil belichten. Na twee jaar bloggen over dit soort zaken wordt het me allemaal te vrijblijvend, te frivool. Bovendien bezit ik niet de kunst om spectaculaire hoogstandjes op culinair gebied aan te bieden. Om over het maken van fatsoenlijke foto’s, maar liever helemaal te zwijgen. Alle reden dus om het roer om te gooien.

Natuurlijk blijft die ene extra-smakelijke maaltijd of dat nieuwe recept, een item dat regelmatig terug zal keren, maar daarnaast wil ik de meest in het oog vallende zaken, de zgn highlights van die dag, beschrijven. Elke dag dus nieuwe verrassingen. Het dwingt mij scherp en doelbewust te observeren. Zonder vooringenomen mening of idee daaromtrent. Zoals een toverbal je telkens doet verbazen van al wéér een nieuwe kleur.

Doel is om gebeurtenissen, ervaringen en gevoelens in een kader te plaatsen, waarbinnen mijn eigen relativeringsvermogen op de proef wordt gesteld. Uiteindelijk hoop ik natuurlijk dat jullie er ook iets aan hebben mee kunnen. Zo niet, ook prima! Geen enkele pretentie wat dat betreft. Ik ben slechts een eenvoudige kruidenierster die liever met haar klanten over de aangeboden waar van gedachten wisselt, dan ze daadwerkelijk verkoopt.

Voor nu: een fijne avond en morgen gezond weer op!

donderdag 9 mei 2013

Aspergesoep

Aspergesoep. Klinkt zo lekker als een doodgewone Nederlandse soep, die zonder enige moeite in een handomdraai op tafel staat. En zo is het ook natuurlijk. Als je de basis te pakken hebt, is je soep al zo’n beetje klaar.

Pakjes of zakjes met eenzelfde naam erop, hebben de smaak van een jarenlang gedroogd veldboeket. Wantrouw ze allemaal! Sommige mensen kunnen de onhebbelijke gewoonte hebben nog een zakje van deze rommel toe te voegen aan hun zelfgemaakte soep, puur en alleen “voor de smaak”. Nooit aan beginnen! Je verprutst er alles mee.

Asperges dus als basis. Ik at ze voor het eerst afgelopen dinsdag. Dikke, witte, malse stengels met overvloedig roomboter, geprakte eitjes en aardappeltjes. Voelt elk jaar opnieuw alsof ik in hoogst eigen persoon jullie nieuwe Koningin geworden ben, in plaats van Maxima. Dat terzijde.

Aangezien asperges niet in een bodempje water gekookt worden, maar in een ruime hoeveelheid, houd je dus meestal flink wat kookvocht over. Dit bevat heel veel smaak. Op de dag dat je aspergesoep wilt eten, maak je eerst een roux van gelijke delen boter en bloem. Er zijn vele manieren om roux te maken, maar ik doe het op de manier zoals mijn vader het me geleerd heeft. Boter smelten, bloem in kleine beetjes erbij tot een heuse deegbal ontstaat, deze weer platdrukken en een vijftal minuutjes laten garen (ongare bloem geeft een onaangename smaak).

Daarna lepel voor lepel het koude aspergevocht toevoegen. Roeren. Roeren. Roeren. Gebruik een garde tot een gladde, gebonden saus ontstaat. Ik voeg dan een zelfde hoeveelheid geconcentreerde (kalfs- of groente)bouillon toe. Peper, zout en een snufje nootmuskaat erbij. De achtergehouden aspergekontjes mee verwarmen en het aller-, allerlekkerst is natuurlijk afmaken met een scheutje room.

Dat heb ik dit keer braaf achterwege gelaten, vanwege een overdaad aan guilty pleasures in de afgelopen week. Kwestie van keuzes maken. En goed voor je lichaam willen blijven zorgen. Het kan niet alle dagen feest zijn. Hoewel …. als het witte goud zich eenmaal over de Brabantse en Limburgse velden begint uit te strekken, begint er als vanzelf een liedje in mij te zingen. Dan hang ik wat extra slingers op, haal alvast mijn grootste pan tevoorschijn en vraag mijn chauffeur de koets richting dichtstbijzijnde aspergeboer te willen begeven. Zo gemakkelijk gaat dat bij een echte Koningin.


woensdag 8 mei 2013

De Kromme Watergang - Hoofdplaat

 
Denken jullie nu alsjeblieft niet meteen dat een lunch bij een **sterrenrestaurant dagelijkse kost is voor Man en mij. En al helemaal niet op een blote (lees: gewone, alledaagse) woensdag, zoals dat deze keer het geval was. Maar Man had ’s morgens iets op te halen aan de oostkant van Zeeuws-Vlaanderen en zelf wilde ik dolgraag  de bestelde koekenpan ophalen bij Bianca Bonte in Oostburg, de oostelijke kant van het eiland.

Ik plande een mooie combi. Het was al een fiks aantal jaren geleden dat we voor het laatst bij De Kromme Watergang waren. In die tussentijd is er een tweede Michelinster (2011) bij gekomen. In mijn hoofd bevond zich dan ook al geruime tijd het plan om zelf eens proefondervindelijk vast te stellen of het verschil tussen * en ** te proeven is. En zo werd deze blote woensdag hét moment bij uitstek om het nuttige met het aangename te verenigen. Bedacht als alternatief voor de bruine boterham met kaas, zullen we maar denken.

Om half één parkeerden we voor het restaurant. Het interieur was gebleven zoals ik me het herinnerde: in rustige zwart-wit tinten. Romeins aandoende bogen in de tussenmuren. Gemakkelijk zittende stoelen aan uitsluitend ronde tafels. Heel stijlvol allemaal.

We nemen als aperitief de cocktail van het huis: cava met duindoornbes, ananas en kokos. Een heerlijk verfrissend glas en absoluut niet zoet.

Een vriendelijke dame brengt ons een lekker zuurdesembroodje, boter, peper, olie en een verstuivertje met Oosterscheldewater.

Als snel verschijnen de eerste amuses. Op een gewelfd glazen bordje ligt een Gillardeau oester met kokos en een blaadje limoen. Een voortreffelijke oester, naar mijn idee nóg fijner van smaak dan de platte Zeeuwse.
Ernaast een glaasje met een cocktail van limoen en groene thee. Geadviseerd wordt het glaasje in één teug leeg te drinken. Dat lukt wat moeilijk, omdat onderin een bevroren substantie ligt. De kletskop van wasabi en nori-algen wordt vergezeld van crème fraiche en sesamzaadjes. Stuk voor stuk verfijnde gerechtjes, waarmee de toon voor het vervolg is gezet.


Na een prettige onderbreking volgen nieuwe mondvermaakjes. Op een bord vol kiezelsteentjes vinden we een krokantje van varkensvel met lardo, zure schardijn en savora. Het tweede krokantje is van aardappel gemaakt met bovenop een crème van tuinkers en zoute haring met citroenrasp. Alle smaken zijn perfect in balans. Ook qua mondgevoel zit het prima; crisp tegenover een filmische crème, heerlijk gewoonweg.

Met sommelier Mike hebben we eerst een gezellig praatje, om daarna samen de keuze voor een begeleidende wijn te bespreken. Hij adviseert ons The Flower and the Bee, (een wijn uit de Ribeiro gemaakt van de Treixaduradruif), omdat deze goed zou matchen met zowel het voor- als het hoofdgerecht. De eerste slok geeft direct een gerust gevoel, dit zijn de wijnen waar ik dol op ben: fris, fruitig, knisperend.

Ons voorgerecht verschijnt op een zwart bord van zwaar aardewerk. Een mooi stukje kabeljauw (op de foto zie je dat er al begerig een hapje uit is genomen), vergezeld van mosselen, rauwe en gebrande kool, radijs en zuurdesem. De groene curry smaakt er fantastisch bij en geeft het geheel body en pit.

 
Dan het hoofdgerecht. Dit wordt geserveerd in een ondiepe schaal. Bovenop een keurige moot tarbot liggen kreukels en mesheften. Ernaast een zalfje van aardpeer. Vanuit een kannetje wordt de saus erbij geschonken. Deze is gemaakt op basis van een fumet van de tarbot en zeewier en is heerlijk van smaak met een bijna zijdezachte textuur. Erbij een blaadje groen, waarvan ik vermoed dat het lamsoren is, en knapperige “salty fingers”. Een weliswaar gekweekte, maar o zo fijne, zilte groente.

 
Ons nagerecht is een mooi schilderijtje van halve aardbeitjes en gemarineerde bietjes op koekjes van witte chocolade, gecombineerd met zalig yoghurtijs en mini marsh-mallows. Opnieuw een voortreffelijk uitgebalanceerd bord, het zuurtje van de bietjes tegenover de zoete chocolade, smaakt ons prima.

We sluiten af met een espresso en thee. Erbij grappige friandises in de vorm van op het strand aanwezige schelpdiertjes, gepresenteerd op een houten plank.


Achteraan een kletskop van chocolade en tonkabonen. Van links naar recht verder:
chocolade stenen van praliné en algen, chocolade schelpjes van zuring, mini macarons waarvan ik de bestanddelen vergeten ben en chocolade mosseltjes met munt. Op de voorgrond staan lolly's van karamel en zeewater.

Man en ik zijn na deze lunch ook helemaal overtuigd: die tweede ster is er geheel terecht bij gekomen! Edwin Vinke heeft ons verrast met zijn hoge-school kookkunsten. Zoals het een echte Zeeuw betaamt, is hij verzot op alles wat in en om de zee leeft. Elk gerecht bij de Kromme Watergang ademt dan ook de sfeer en de geur van het zilte blauw. Edwin laat zijn gasten graag alle hoeken van de zee zien (en proeven natuurlijk). En laat ons daar nu net héél erg gelukkig van worden.

maandag 6 mei 2013

Over smaak valt genoeg te twisten

Wie van jullie weet er nog hoe de eerste chips smaakten? Die kleine zakjes, met zo’n van donkerblauw papier gevouwen buideltje erbij, waar het zout in zat. Het zelf kunnen bepalen van het zoutgehalte van je chips … was het geen revolutionaire uitvinding voor die tijd? Kom daar anno 2013 maar eens op. De chips van vandaag zitten niet alleen in monsterzakken en smaken niet meer naar aardappel, maar naar Joppiesaus of erger nog: Japanse teriyaki; ze zijn anno 2013 gemeengoed geworden; een soort van veredelde lunch. Op hun verpakkingen staan schreeuwerige teksten die ons moeten doen geloven dat chips eigenlijk heel verantwoord kunnen worden ingepast in ons dagelijkse eetpatroon. En dan liefst zo’n giga monsterzak in één keer. Was vroeger dat ene ieniemienie zakje met aardappelchipjes een ware traktatie op feest- of hoogtijdagen, vandaag de dag is het het alternatief voor een bruine boterham met kaas geworden. Ofwel: hoe diep kan de mens zinken? Maar goed, ik had het over smaak dus.

Die donkerbruine, bijna bittere korst van de ontbijtkoek. Ken je hem nog? Dat was koek zoals koek hoorde te smaken. Plakkerig aan de randen, beetje droog van binnen en niet echt superzoet te noemen. Als ik vandaag een plakje ontbijtkoek proef (van een willekeurige fabrikant) is het niet alleen mierzoet, maar heeft het tevens een dermate hoog plakgehalte dat ik bijkans de kiezen niet meer van elkaar krijg. De smaak van suiker (lees: glucose/fructosestroop) overheerst. Rogge, waar ontbijtkoek toch in eerste instantie van gemaakt dient te worden, is nog maar mondjesmaat aanwezig.

Pindakaas, ook zoiets, wie is er niet groot mee geworden? Als je de pot opendeed, zag je als eerste een dikke laag olie, die je vervolgens met enorme krachtsinspanning door de pindakaas moest zien te roeren. Kleine moeite, groot genoegen. De pindakaas van vandaag kent geen olielaagje, dat hebben de jongens en meisjes van de voedingsmiddelenindustrie er stiekem doorheen gedaan. Dat is raar, want pinda’s bevatten van nature al genoeg verzadigde en onverzadigde vetzuren. Blijft de vraag: waaróm willen de producenten van pindakaas het percentage pinda’s verminderen? Het antwoord is simpel. Alles draait om geld. Pinda’s zijn duurder dan goedkope, minderwaardige vetten die vaak per bulk worden aangevoerd en waarvan de herkomst vaak onbekend is. Bovendien is de producent al helemaal niet verplicht op het etiket te vermelden wat voor soort vet het is. Lekker makkelijk allemaal. Op de plaats waar vroeger de pinda zat, stopt men nu inferieure vetten. Vervolgens zorgen gewiekste reclameschrijvers ervoor dat de consument als vanzelf gaat geloven dat die toevoegingen juist heel erg nodig zijn om de smeerbaarheid, smaak en gladheid te verbeteren. Zo gaat dat in het moderne productieland.

Chips. Ontbijtkoek. Pindakaas. Het is slechts een greep uit de producten waar ik met verlangen op terugblik. Van dit alles is niets meer over. De jongens en meisjes van de levensmiddelenindustrie voelen zich kennelijk in staat om te beoordelen hoe wij onze producten willen eten. Door onze smaakbeleving onder druk te zetten, gaan wij vanzelf wel wennen aan de smaak die zij bedacht hebben. Dat is de filosofie van elke ontwikkelaar. Dat er ook mensen zijn die nooit wennen aan té zout, té vet, té zoet, doet er niet toe. Zij zijn een verwaarloosbaar klein gedeelte van het totaal aantal afnemers. Commercieel gezien totaal niet interessant.

Vanaf vandaag wil ik zo af en toe eens wat van die moderne wanproducten onder het vergrootglas leggen. Niet alleen om te ageren tegen de misleidende reclames, maar veel meer om mezelf scherp en alert te houden. Ik hoop van harte dat ik jullie hiermee weet te inspireren om zo af en toe ook de door jou gekochte voedingsproducten eens kritisch tegen het licht te houden. Wat heb je precies gekocht? Maakt de producent waar wat er op het etiket vermeld staat? Is er sprake van misleiding? Kun je het niet even gemakkelijk vervangen door een zelfgemaakte versie? Wat doet die kunstmatige rommel in een product?

Vragen in overvloed. De heldere antwoorden erop worden nog te vaak door op geld beluste producenten onder het vloerkleed weggemoffeld of in de doofpot gestopt. So: be continued …..
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...