donderdag 23 mei 2013

Hond-en-Weer

 
Het zijn barre tijden. Extra dekens. Winterjas weer aan. De pas aangeschafte, zomerse shirtjes blijven beteuterd hangen waar ze hingen. Er schijnen zelfs doemdenkers te bestaan die stellig geloven dat deze voorjaarsherfst naadloos zal overgaan in het echte meteorologische najaar.

Nee, nee, ik ga de klaagzangen niet verder uitbreiden, wees maar gerust. Ik wil jullie zelfs enige vorm van vermaak aanbieden door te vertellen over mijn afwijking. Heb ik een afwijking? Die heb ik, jawel. Ontstaan in mijn vroegste kinderjaren en nimmer effectief behandeld. Willen jullie wel beloven dat jullie, ook na het lezen van dit alles, mij nog  een klein beetje serieus blijven nemen? Een zekere nuchterheid ten aanziens van dit onderwerp is wel geboden namelijk. 

Ik en ik praten met elkaar. Niet in mijn hoofd, maar gewoon daarbuiten. Huisgenoten en intimi zijn er getuigen van. Het spijt me dat ik hiermee afbreuk doe aan mijn schijnbaar intellectuele vermogens. Mijn alter ego heeft zich perfect weten te vermommen in de allang overleden hond. Hij is mijn luisterend oor, mijn rots in de branding, mijn houvast in barre tijden, mijn psych als ik er zelf niet meer uit weet te komen. Als dat moment eenmaal aangebroken is, begint Jessy als vanzelf te spreken. Ter geruststelling: mijn alter ego spreekt één octaafje hoger. Om verwarring en vroegtijdige afvoering naar geïsoleerde complexen te voorkomen, zeg maar. De conversatie gaat op zulke dagen als volgt: 

Man: *trekt de gordijnen open, met diepe rimpels in het voorhoofd* roept: wat een pokkeweer!

Jessy: we hebben een probleem. Het ouwe weermasjien was totaal versleten. Helemaal op. De Grote Baas heeft in maart al een nieuwe besteld, maar het blijkt een maandagmorgengeval.

Ik: kunnen ze geen monteur sturen dan?

Jessy: iedereen die aan de deur belt, doet zijn blauwe overall uit en zet zijn gereedschapskist neer. Eindelijk rust, zeggen ze. Dat schiet niet op. 

Ik: kun jij er zelf niet naar kijken dan? Hier beneden kon je zelfs dubbeltjes van de grond oprapen en eieren verplaatsen zonder ze te breken.

Jessy: sorry, vrouwtje, m’n pootjes zijn te dik om de resetknop in te drukken. 

Goed, op soortgelijke wijze reutelt dat nog een aantal minuten door. Ik zal jullie de rest besparen. Daarvoor in de plaats een versje dat ik een aantal jaren geleden schreef, toen de lente ook zichtbare kuren vertoonde. Het komt allemaal goed, ik beloof het jullie.

Hondenweer
terwijl jij nog steeds krampachtig
met onzichtbare konijnen in de weer bent
hoor ik de takken met windkracht waanzin
tegen ons slaapkamerraam slaan

dus begin ik nog maar eens een keer
over Jessy die met zijn pootjes
aan het verkeerde hendeltje gezeten heeft

een vuilnisbakje is toch óók een schaap en
heeft recht op zijn eigen streken in de HaaHaa
(hondenhemel is echt een achterlijk woord)

weten wij veel

een beetje gel in het haar en toe maar,
de vierentachtigste winterdag kan beginnen

en we denken wel aan pilletjes
nemen of zo – van die gifblauwe, waar je
onnatuurlijk lang van in slaap blijft - 

maar weten tevens van de lichtheid
van de lente die ons elk jaar
op kousenvoetjes weet in te halen

het is omdat we bondgenoten zijn:
we blijven nog even bij elkaar

© Nell Nijssen (07-05-07)
 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...