donderdag 31 mei 2012

Analyse


De inhoud van je keukenlaatje zegt bijna net zoveel over je als de beroemde boekenkast of – voor vrouwen – de bomvolle handtas.

Ik gun jullie een kijkje in twee van de drie. De tas (door de Man steevast bestempeld als hutkoffer) blijft mijn domein, privacygevoelig en zo.



Maar mijn keukenlaatje mogen jullie bezichtigen. Zo ook de boekenplank. Waarvoor ik, vanwege het karakter van dit blog, gekozen heb voor de plank met kookboeken.

Gratis entree. 24h per dag geopend. Speciaal voor jullie. With love.








woensdag 30 mei 2012

De Bloemkool - Bergen op Zoom

Het was al minstens 10 jaar geleden dat ik ze voor het laatst at: gebakken verse ansjovisjes uit Bergen op Zoom. Het stond al weer jarenlang op mijn verlanglijstje. Maar ansjovisjes eten is nog niet zo gemakkelijk. Het begint er al mee dat er nog slechts één weervisser is die ze vangt (familie van Dort). Dan moeten alle factoren gunstig zijn om ze te kunnen vangen, klimaat, tij, noem maar op. Bovendien is de ansjovis maar een korte periode op zijn best, in de maanden mei en juni.

Omdat het de afgelopen week zulk prachtig weer geweest was, had ik al een klein plannetje gesmeed. Op een naar mijn idee geschikte dag zou ik een paar restaurants in Bergen op Zoom in de vroege morgen bellen of er ansjovis voorradig was.
Alzo geschiedde. En wat een geluk (of was het wijsheid?) restaurant De Bloemkool kon mij vertellen dat er voldoende voorhanden was om er van te komen genieten. Meteen koos ik het gehele AAA-menu, wat ter plekke een grote bekendheid geniet. Dit staat voor een voorgerecht van Asperges, een hoofdgerecht met Ansjovis en een dessert met Aardbeien.

Hoewel enige file onderweg, kwamen we aardig op tijd aan bij De Bloemkool. Een beetje smoezelig halletje. Binnen bruine wanden, lelijke schilderijen en dito gordijnen, behoorlijk oubollig allemaal. Maar elk tafeltje was bezet en dat is meestal een goed teken wat het eten betreft.
Als binnenkomer een amuse van gerookte paling met komkommergranité. Ik had om een half voorgerecht gevraagd, omdat ik bang was niet volop van mijn ansjovis te kunnen genieten. De asperges waren super! Erbij een smakelijke beurre blanc en een gekookt eitje. De witte huiswijn was een frisse sauvignon blanc die er bijzonder lekker bij smaakte.
Bij de ansjovis werd lamsoor en frites geserveerd. In mijn herinnering waren de visjes van destijds krokanter en kleiner en met een aioli-sausje. Nu waren de visjes wel zo’n 15 cm lang. Droger ook. En ik miste een smoothie compagnon erbij. Ligt weer aan mij natuurlijk *hoofdschuddend,  tis ook nooit goed*.

Over een dessert met aardbeien valt niet veel bijzonders te vertellen. (Mierzoet) ijs erbij en slagroom. Eenvoudig dus..

Tja, toen moest De Man naar het toilet. Zag tot zijn verbijstering een behoorlijk vies spulletje en deed daar melding van aan mij. Gelukkig hadden we toen alles al op. Want of ik er ooit terug zal keren? Hmmm, dan zal de familie Bosters toch eerst moeten gaan investeren in een eigentijdser interieur en hygiënischer sanitaire voorzieningen. Want ja, ansjovisjes serveren is heel uniek en leuk, maar het geheel is vaak meer dan de som van alle delen afzonderlijk.



maandag 28 mei 2012

Terrasjesweer

Hoe zat het ook al weer met die economische barometer in Nederland? Slecht, toch? Dalend tot onder riskante grenzen, omdat de consument weinig tot geen centen wil uitgeven aan allerlei luxe-producten? Met een horeca die steen en been klaagt omdat de klant liever een blikje fris en een klef broodje meeneemt als proviand om zich tijdens hun fiets- of wandeltocht te kunnen voeden en laven.

Dat in ogenschouw nemend, kunnen jullie mij misschien helpen het onderstaande te verklaren. Ik begrijp er niets meer van. Luistert en huivert ….

Op deze zonovergoten vrijdag voor het drukke Pinksterweekend besluiten Man en ik een fietstochtje door het Zeeuwse landschap te maken. Onze eerste pleisterplaats hadden we gepland bij http://www.arcenbleu.nl/2010 . Dit hotel met bijbehorend terras oogde eerder aangenaam mediterraan, een perfecte locatie voor een dorstlessende tussenstop.
Onder de grote parasols is het plezierig zitten. Man en ik zijn wel de enige gasten, maar dat wijten we aan eerdergenoemde feiten.

Opgewekt keuvelen we een tijdje. Over de bosrijke omgeving. Over de prettige stoelen. Over hoe de terugtocht te plannen. Want als een mens zich voor even kan onttrekken aan zijn dagelijkse bezigheden, wordt zelfs iets onnozels als een  kilometerpaaltje kinderlijk-prettige gespreksstof. Ondertussen nog steeds geen bediening. Wij zijn optimistisch en neuzelen nog wat door, niet van plan ons middagje te laten vergallen. Wachten. Niets. Wachten met kijken naar de uitnodigend openstaande terrasdeuren. Geen mens te zien. Speuren naar een bel. Wachten nog even. Even maar, want uit Man’s oren beginnen er zich gaandeweg kleine wolkjes stoom te ontwikkelen. Hij loopt resoluut door de openstaande terrasdeuren …… door het restaurantgedeelte ….. door naar de bar …… niemand, nobody, nadie, non unum. Bijzonder eigenaardig, een hotel-restaurant dat zich één dag voor een overvol weekend, niet druk maakt om eventueel nieuwe of te vroeg gearriveerde gasten.

Enfin, het is niet onze boterham die belegd moet worden, dus vervolgen Man en ik onze weg. Even verderop lag er toch nog een leuk terrasje? We vinden het in minder dan een kilometer. Wederom lege stoeltjes. Desondanks nemen we hier plaats, want onze kelen hebben ondertussen het karakter van grof schuurpapier gekregen en bovendien geven wij niet graag toe aan toevalligheden.

Opgewekt keuvelen we een tijdje. Over de bosrijke ……. o nee, dat was bij een vorige gelegenheid. Wat we dan doen? Wachten. En nog langer wachten. En de niet aanwezige menukaart bestuderen. Is dit anno 2012 de trend in de horeca? Moet de klant een koelboxje openklappen en daaruit zijn gevoeg tevoorschijn halen? Om daarna, als er na lange tijd misschien toch nog eens iemand van de bediening verschijnt, te zeggen: dank u, ik hoef niet, ik ben al voorzien?
Man wandelt opnieuw door de terrasdeuren naar binnen. Een schrijf- en telefoonmeneer achter een desk kijkt verbaasd op. “Ik wil graag iets bestellen op het terras”. “O”, is het antwoord. “Ik zal iemand roepen”.

Even later verschijnt er een zwartgeklede jongeman met puntschoenen. Zonder enig woord van begroeting, kijkt hij mij afwachtend aan. Beleefd onderdruk ik de tomeloze en spontaan opkomende behoefte om champagne met kaviaar te bestellen, fijntjes vergezeld van de opmerking: “Man en ik hebben iets te vieren”.
De jongeman herhaalt verveeld: “koppie thee en een espresso”. Juist. Dat is wat we willen. En warempel, na een aantal minuten verschijnt het mannetje met dienblad en theedoos. Zijn aangeboren wantrouwen ten opzichte van theedrinkers is overduidelijk: hij klapt de theedoos open en opnieuw wordt diezelfde afwachtende houding aan de dag gelegd. Ik moet een keuze maken onder het toeziend oog van een schoolverlater met puntschoenen. En wel nu meteen. Ik houd er niet van. *Zucht*.

Pickwick thee hier. Not my cup of tea. En Peeze espresso, die de Man wel kan bekoren. Het glaasje water mag hij erbij verzinnen. De vriendelijkheid trouwens ook.
Ik klamp me vast aan het prettige terras, omzoomd met cirkelvormige heggetjes. En aan de luxe van een lange dag vrijaf. Met zon. Veel zon. Want die is gelukkig vandaag wél in een hemelsblauw humeur.

zaterdag 26 mei 2012

Wijnwebwinkel Astrid & Thérèse


Op deze lome zaterdagavond zomaar wat aan het rondsurfen op het Grote Wereldwijde Web. Zoals altijd zoekend naar culinaire wetenswaardigheden of originele recepten.

En wat kom ik tegen: de allernieuwste wijnwebwinkel van Thérèse en Astrid. Oké, er zit een commercieel tintje aan, natuurlijk, maar als deze twee vinologen met hun staat van dienst alcoholische waar aanprijzen, dan kan het toch bijna geen rommel zijn?

Nee, ik ben er aardig mee in mijn nopjes. Morgen meteen een dozijntje of wat bestellen. Veel wit en rosé. Laat de zon maar blijven schitteren! Let’s party ….

dinsdag 22 mei 2012

Quinoa met geroosterde groenten en cashewnoten

Na ons lange weekend op het buitenverblijf, is weer de hoogste tijd voor vitamientjes. Ondanks de goede voornemens, zijn de maaltijden er vaak een ondergeschoven kindje.
Want er moet zo nodig gewied, geschoffeld, gesnoeid, gesopt én misschien wel het belangrijkste gezónd worden. Met de nadruk op zón dus. In de zon zitten is een belangrijke activiteit aldaar, temeer omdat wij in een appartement in het centrum wonen, zonder tuintje, en dus node elk zonnestraaltje moeten ontberen, vinden wij de Zon op ons gezicht welhaast een buitenaards geschenk.

Gisteren direct naar de winkel voor een flinke zak spinazie. Gezond, gezond!! En omdat vlees sedert enkele maanden niet langer het meest belangrijke bestanddeel van de maaltijd vormt, kies ik er voor eenmaal in de paar weken een goed stukje van het rund te kopen. Voor bij de spinazie viel mijn oog op rosbief. In huize Eetplezier wordt er voor gekozen om daar een perfect gehakt tartaartje van te maken. Voor de ware vleesliefhebbers waarschijnlijk onbegrijpelijk, voor mij de ideale manier om toch de benodigde eiwitten binnen te krijgen, zonder het gevoel te hebben aan een stuk dood dier te zitten knagen. Het is om het Hb op peil te houden, anders at ik het niet.

Vandaag heb ik me voor ’t eerst gewaagd aan de very hot en trendy graansoort quinoa. Het is het soort van voeding waar je niet te lang over moet peinzen. Ik raad jullie ook aan vooral niet te willen achterhalen wat het precies is en waar het allemaal voor gebruikt wordt. Doe je dat toch, dan hoef je misschien niet meer. U is gewaarschuwd!

Erbij heb ik verschillende soorten groenten geroosterd en een tzatziki-saus gemaakt. Geen echt recept gevolgd, maar zomaar wat bij elkaar gerommeld. Voor de groenten heb ik gekozen voor paprika, wortel, courgette, venkel en sugar snaps. Snijd alles in niet te fijne, maar ook weer niet te dikke, stukken (ha, lekker begrijpelijk). Voor  wat betreft de dressing over de groenten heb ik de aanwijzingen gevolgd van Onno Kleijn en Loete Olthuis uit “52 weekendmenu’s” . Zij maken er dit van: stamp of vijzel 2 eetlepels citroenrasp, 2 eetlepels citroensap, 6 eetlepels grassige olijfolie (ik gebruik Valderrama) met 6 ansjovisfilets (nee, nee, niet bang zijn) fijn en hussel dit mengsel door de groenten. Leg alles in een ruime ovenschaal met wat grof zeezout erover en rooster zo’n 25 à 30 minuten  in de oven op 200°. Af en toe even omscheppen.

Tzatzikisaus maken, iedereen weet hoe je dat snel doet, toch? Komkommertje raspen, in vergiet met wat zout zo lang mogelijk laten uitlekken. Aanmaken met een half fijngewreven (achterkant van je mes gebruiken) knofje, peper, zout en twee flinke eetlepels dikke (Griekse) yoghurt.
Nu nog een handje ongezouten, grof gehakte cashewnoten erover. Klaar! Heul gezond dit.

woensdag 16 mei 2012

De rijsttafel van mijn vader

Weet je nog, pap, dat je altijd zo graag praatte en zo veel moest lachen? Ik vermoed nu dat je daarmee de wereld een beetje mooier wilde kleuren. Want laten we eerlijk zijn: het Echte Leven had best vaak verrassingen voor ons in petto, waar je met de beste wil van de wereld de lol niet van in kon zien Hoe dan ook, jij lachte en smeerde verzachtende woorden op de zere plekken. En gelukkig bleef je voorkeur voor geruststellende overvloed niet beperkt tot woorden alleen. Want ook voedsel kon er nooit genoeg kon zijn. Eten was troost. Aangezien jij zelf opgeleid was tot kok/banketbakker, was er altijd meer dan voldoende te smikkelen. Zelfs mijn vroegste kinderjaren, de tijd dat de voddenboer nog door de straten liep en kauwgomballen en Koetjesrepen een delicatesse waren, herinner ik me vooral door een kaleidoscoop aan smakelijke hoogtepunten. Fraai gedecoreerde huzarensalades, huisgemaakte vleeskroketjes, gestoofde paling, boterig mokkagebak, noem maar op. Luilekkerland in het kwadraat.

En weet je nog, pap, dat jij, ver vóór ik het daglicht zag, één van de vele mannen was die in de periode van 1946 t/m 1949 richting Ned. Indië gestuurd werden? Ja, dat weet je nog. Heel goed, denk ik zelfs, want het waren gouden tijden voor je. Bleek achteraf. Onder de naam 7 december-divisie werd een heel bataljon soldaten op het troepenschip Groote Beer gezet en richting Priok West-Java gestuurd. Als  verlegen jongeman zag jij, na een boottocht van ruim 30 dagen, voor het eerst de Echte Wereld achter de dorpse horizon. Een wereld vol gevechten, slangen, malaria, en stoere- mannenpraat.  Jij hoefde – als geboren kakkebroek – gelukkig niet te vechten, maar mocht dat hele bataljon van eten voorzien. Koken voor 250 hongerige jonge mannen in een vochtig-warm klimaat, is geen kattepis. Maar je genoot ervan, want zonder jou stond heel het radarwerk stil. Voor het eerst in je leven had je een status.
Weet je nog hoeveel keer je me verteld hebt over je koelies? Dat zij voor jou met balen rijst sjouwden en halve runderkarkassen op hun schouders meezeulden? Twintig kippen slachtten omdat je ajam pedis wilde maken voor de jongens? Dat je voor ’t eerst kennismaakte met verse lomboks, ananassen, kokosnoten en het afschuwelijk ruikende goedje trassi?
En dat je op een dag per ongeluk de fles olie verwisselde door lysol? De jongens kwaad en jij tot 11 uur ’s avonds een nieuwe maaltijd aan het bereiden was?

Ik herinner me nog dat ik mijn eerste bordje nasi voorgezet kreeg. Niet te scherp, met veel groenten en zachtzure atjar van komkommer. En dat je me liet proeven van pure kokosmelk. Hoe ik toekeek terwijl jij diagonale lijnen in de ananas sneed om zo alle pitjes eruit te kunnen verwijderen.  Me waarschuwde voor de lomboks, niet aan zitten met de kleine vingertjes en zeker niet in je ogen wrijven!

Je liefde voor eten, liefst met een zekere overvloed, is altijd gebleven. Wat zou ik graag nog eens voor je koken om je daarna, net zoals jij altijd deed als je voor ons had gekookt, aan tafel te kunnen roepen met de woorden Makan! En dat je mij dan zou bedanken voor al dat lekkers, door  met gevouwen handen en gebogen hoofd “ terima kassie banjak” te prevelen. De woorden, de beelden, het eten, je hebt ze meegebracht en aan me doorgegeven.

Dà-àg lieve pa, ik zwaai maar weer eens naar je. Naar je plekje waar er altijd gelachen wordt. En overvloedig gegeten. Met gouden lepeltjes. Het is je zo gegund, maar ik mis je soms zo vreselijk.

zondag 13 mei 2012

Zeeuwse - lemon drizzle cake - Knop

Goed gedaan, meisje. Ik ben trots op mij. Zien jullie wel dat ik kan bakken. Ik stel me soms wat aan, dat is het. Een cake bakken, dat kan toch iedereen zeker?

Kon ik deze woorden maar vrijuit durven spreken. Het is allemaal niet waar.
De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat dit het werk is van mijn eigen Thuisbakkerij met de Man aan het roer. Jawel, een man die kan bakken, da’s echt handig als je zelf er niks van bakt ;- )
Gelukkig zijn er wel altijd een aantal arbitraire aanwijzingen nodig om vanaf de zijlijn te kunnen roepen. Vergeet het meel niet te zeven! Niet het wit van de citroen meeraspen! Oven dichtlaten!  Ach, ach, ik ben me er één. Gelukkig is Man al aardig gewend geraakt aan mij.

Ter geruststelling aan iedereen die begint te denken dat ik op culinair een complete nitwit ben: mevrouw Eetplezier had zo haar eigen bezigheden. Venkelsoep maken, volgens recept van Jeroen Meus. En een castric-basis om daarmee later een beurre blanc te kunnen maken voor bij de zalm met spinazie. Dat terzijde.

Ik had het over cake. Door in een “gewone cake” gaatjes te prikken (eigenlijk: kanaaltjes) en de cake daarna te overgieten met een suiker-ctroensapmengsel ontstaat een “lemon drizzle cake”. Deze cake kent vele varianten. Dit recept komt van de site De keuken van Johanna. Het lijkt mij tamelijk overbodig om dit over te nemen als u het hier allemaal na kunt lezen.

De cake is voortreffelijk. Lekker fris door het vele citroensap. Hoewel ik angst had dat de 85 gr extra suiker het geheel erg zoet zou maken, was dat niet het geval.
Hij is gebakken in een Zeeuwse Knop, een bakvorm met een siliconen coating, waardoor het “lossen” van het baksel heel gemakkelijk gaat. Bovendien krijg je een prachtig, decoratief resultaat. 

Nu snel op weg naar de Mama. Met 50 ml Trésor. En een lemon drizze cake. Aangesneden, dat wel. Hoewel ik de term voorgeproefd beter op zijn plaats vind. Want is niet alleen het allerbeste goed genoeg voor een Moeder?

vrijdag 11 mei 2012

Nell en het geheim van de kwaadaardige crumble

Ik heb een knipperlichtverhouding met crumble. Als ik denk aan de combi warm fruit onder een krrrrrokant korstje, beginnen mijn speekselklieren een eigen leven te leiden. Meneer Pavlov deed daar ooit uitgebreid onderzoek naar en vanaf die tijd weet den Menschheid alles over geconditioneerd gedrag, het toedienen van prikkels en de daarop volgende reflexen. Dat is fijn om te weten, maar fijner is om de reflexen *slik, slik*  meteen op te kunnen schalen naar bevredigende activiteiten.

En daar komt de beroemde kink in de kabel. Nadat al mijn zintuigen om het hardst om de eerste hap geschreeuwd hebben, en ik daar uiterst gewillig gehoor aan heb gegeven, volgt steeds opnieuw De Grote Teleurstelling. Hoewel het fruit zich heerlijk zoet tegen mijn gehemelte vlijt, blijkt de crumble een kleffe, plakkerige substantie geworden te zijn. Niks krrrrokante korrels, niks geen crunchy effect. Het voelt eerder alsof er een lijmkwast in mijn mond bezig is de zaak volledig lam te leggen. Einde Pavlov-reactie.

Het zal vast aan mijn totale incompetentie op bakgebied liggen, want wat stelt het nu eigenlijk voor? Beetje bloem, beetje boter, beetje suiker, beetje door elkaar werken. Eitje. Peanuts. Fluitje van een cent. Blijft over de cruciale vraag: waarom wordt het bij mij nooit dat hemelse gerecht waar onze Engelse buren zo de loftrompet over steken? Het ligt aan mij. Ja, ik begrijp het.

De verhouding die ik gebruik is 100 gr bloem, 100 gr boter, 50 gr suiker. Ovenstand hete lucht 180°. Tijd: 20-25 minuten. Ik weet dat ik niet teveel moet mengen, dat alles ijskoud moet zijn (de laatste keer zelfs boter uit de diepvries door de bloem geraspt). Kan het de verkeerde bloem zijn? Moet het een ander soort suiker zijn? Zet ik de oven te heet, te koud? Ligt het aan die onwillige, geen-zin-om-te-kneden handjes van me? Is mijn karma fout? Staat mijn aureool misschien scheef?

Help deze dame met mogelijke oplossingen de zomer door. De eerste aardbeien hebben zich al aangekondigd en de frambozen staan al te dringen. Ik blijf dol op rood fruit, toegedekt met een laagje knapperigheid. Zonder lijm. Dus voor iedereen die wil/kan helpen: Roept u maar!!
O ja, op de foto een rabarbercrumble. Valt jullie al iets op?

woensdag 9 mei 2012

Elke dag een kelkje

Elke dag een kelkje, plachtte mijn vader te zeggen, als hij voor zichzelf en mijn moeder een borreltje inschonk. Zijn ogen twinkelden erbij. Het glaasje was een welkome afwisseling op het gezapige leven (lees: sleur) van alledag.

Was ik in een vroeger leven niet zo’n drinker, sinds een jaar of 12 heb ik daar fiks verandering in aangebracht. Toen ik niet meer dagelijks binnen het Betonnen Blok werkzaamheden moest verrichten, kwam er tijd vrij. Véél tijd om rustig een glaasje te kunnen nuttigen. Nee, natuurlijk heb ik het niet over water of anderszins vloeibaars, maar over de dagelijkse alcoholische versnapering. En heus, wees niet bezorgd, ik ken de gevaren, ik weet waar de grens ligt, mijn glaasje mag pas ingeschonken worden vanaf half 5. In de middag welteverstaan. Om het, volgens strak regime, te laten bij één. Nou ja, misschien anderhalf. Kwaliteit, dat is waar het om gaat. Kwantiteit zorgt voor vervelende nasmaken en mannen met hamers en zo.

Goed, bedoelde versnaperingen bestaat grotendeels uit wijn. Met enkele, vaak tijdelijke, uitzonderingen. Sambuca is er zo een, maar ook Campari, Martini en Drambuie. Dat duurt dan een maand of drie om vervolgens snel terug te keren naar een sappig Cabernetje of een frisse Sauvignon. Van wijn krijg je immers nooit genoeg. Er is zo ontzettend veel variatie in kleur, smaak en afkomst, dat je wel drie mensenlevens nodig hebt om alles te kunnen proeven.

Het zoeken naar een lekker flesje blijf ik overigens wel een hele opgave vinden. Hoe goed bedoeld ook de adviezen van de Slijterman/vrouw; zij weten nooit precies wat ik plezierig mondvermaak vind. Waarschijnlijk mis ik de gave om mijn persoonlijke smaak te vertalen naar vineuze uitdrukkingen, waar de Slijterman/vrouw iets mee kan. Ik mompel altijd maar wat, over hout en gestoofd fruit, omdat ik die termen ooit eens las in de Duizend van Duijker. Dat maakt indruk, zodat ze me in geen geval slobberspul van inferieure kwaliteit in mijn maag splitsen.

Verder blijft het een kwestie van aandachtig drinken en zorgvuldig proeven. Om daarna het etiket te bestuderen en de informatie over te nemen in een daarvoor bestemd schriftje. Ondertussen weet ik ook hoe belangrijk het jaartal kan zijn. Aan het eind van een uiterst plezierige wijnproeverij proefden de Man en ik een Chileense Los Vascos, cabernet sauvignon. Robijnrode wijn met een zachte, aangename afdronk. Hoewel mijn zicht al verontrustend troebel geworden was, dacht ik nog snel iets van Rothschild te lezen op het etiket. Kan niet fout zijn, registreerde mijn brein en  overmoedig bestelde ik twee dozijn. Allemaal van hetzelfde jaartal.

Die 24 flesjes bleken in de praktijk vele malen kleiner te zijn dan de normale 0,75 ltr. Op het moment  dat de kurk eraf ging, zag je de bodem al. Bij wijze van spreken, heet dat. Iedereen die langs kwam, al dan niet uitgenodigd, proefden gretig mee van deze glaasjes. En daarna nog één. Want op één been etc. etc. Het werd een vrolijke boel en steevast veel te laat.

Na een bijzonder korte tijd lag de twee dozijn dan ook in de glasbak. Omdat ik me echter graag vastklamp aan zekerheden zoals “Maak je niet druk. Het leven kent toch altijd een slechte afloop” spoedde ik mij richting slijter en besloot opnieuw twee dozijn te kopen. Hmm, de Slijtermevrouw had er slechts twee op het schap staan. Wel van een ander jaartal Dat gaf te denken, Er was iets niet in orde, maar wat?

Diezelfde avond wist ik het antwoord. Zo smaakvol en zacht het broertje van een eerder jaar geweest was, zo smerig was deze! Zo erg zelfs, dat alles door de afvoer verdween. Waarmee dit voor altijd een wijze les werd: het jaartal is minstens zo belangrijk als de naam van de producent en/of de druivensoort.

*hik* Op jullie gezondheid! *hik*




maandag 7 mei 2012

Pastinaak-sjippies


Twee lelijke pastinaken liggen bedroefd te koukleumen in de groentelade. Triest kijken ze me aan. Agozzie, jochies toch, wat zien jullie er frisbruin, opgekruld uit. En oud. En ontdaan van alle levendigheid. Bijna net zo verlept als het vrouwtje zelf (al is dat hopelijk maar tijdelijk). Kom maar, dan zal ik jullie eens flink verwennen en een fijn, warm plekje geven.

Helfhaftig haal ik de mandoline tevoorschijn, schaaf de jochies in dunne plakjes en leg ze te rusten in de oven bij een temperatuur van circa 160 graden. Beetje rozemarijnzout erover. Scheutje olijfolie. Lekker husselen. Na zo'n behandeling  blaken ze weer van levenslust. Om óp te eten, zo vol van knisperende jeugdigheid.




zondag 6 mei 2012

Links toegevoegd

Zeer keeltje. Rillerig. Rode ogen. Wazig hoofd. Snotteren. Lamlendig. En het ergste: een wankele maag. Vandaag dus maar even geen culinaire aangelegenheden.

Daarom heb ik de tijd genomen om wat aan dit  blog te prutsen en aan te vullen met veel links naar andere foodiefreaks. Ik hoop dat die van jou er ook bij zit. Als dat zo is, zou ik een link terug naar dit blog erg leuk vinden. Zo niet, reageer, dan kan ik je alsnog toevoegen. Join the Club!

zaterdag 5 mei 2012

vrijdag 4 mei 2012

Franse landelijke Puy linzen

Vroeger werden linzen en andere peulvruchten geassocieerd met geiten-wollen-sokken-figuren, die vegetarische en tegelijkertijd duffe gerechten aten. Vandaag  de dag zijn linzen behoorlijk hot. Neem wel de beste die er zijn: le Puy linzen. Deze koken niet zo snel kapot, waardoor je een bite houdt. Echt gemakkelijk zijn ze in Nederland niet te verkrijgen. Als je toegang hebt tot de Sligro of Hanos, kun je ze daar kopen. En anders kun je ze, zoals ik zelf deed, bestellen bij Dailydelishop.nl. Je vindt ze daar onder Franse specialiteiten.

Het eendenvet heb ik er niet in gebruikt. Vanzelfsprekend zal dit erg lekker in dit gerecht zijn, maar Man en ik proberen met het oog op de gezondheid veel - overigens vaak heul lekkere -  vetstofjes te vermijden. What a shame, zouden de Fransen zeggen ;-))

Franse landelijke Puy linzen (voor 8 pers.)

Ingrediënten
225 gr le Puy linzen
1 bouquet garni
1 sjalotje, gehalveerd, met 1 kruidnagel bestoken
1 grote wortel, fijngehakt
2 tenen knoflook, fijngehakt
4 eetl eendenvet of olijfolie
15 gr boter
180 gr pancetta of doorregen rookspek, in kleine blokjes
1 grote ui, fijngehakt
15 gr bladpeterselie, fijngehakt
zout, versgemalen peper

Bereidingswijze
Doe de linzen in een grote pan water en breng aan de kook.
Neem de pan meteen van het vuur, giet de linzen af en spoel ze onder de koude kraan.
Laat de linzen goed uitlekken terwijl u de pan afspoelt.
Doe de linzen weer in de pan en zet ze onder 1 liter water.
Voeg 1 theel zout, het bouquet garni, de sjalot met kruidnagel, de wortel en de helft van de knoflook toe.
Breng aan de kook en laat dan sudderen op laag vuur onder af en toe afschuimen.
Als er teveel water verdampt, giet u er heet water bij uit de ketel.
Laat 15-20 minuten sudderen, of tot de linzen (beet)gaar zijn. Pas op, want ze zijn al gauw te veel gekookt!
Neem van het vuur af en giet af.
Verwijder het bouquet garni en de sjalot.
Meng in een koekenpan 2 theel eendenvet met de boter en verwarm zachtjes.
Bak er de helft van het spek in tot de bodem van de pan goudbruin wordt.
Roerbak er de ui in, zo maakt u de aanbaksels van de pan ook los.
Laat zachtjes sudderen.
Voeg de rest van het spek toe en bak zachtjes tot alles gaar is.
Voeg de linzen toe en schep er de rest van de knoflook en de peterselie door.
Voeg desgewenst een paar eetl. eendenvet toe.
Breng op smaak met zout en versgemalen peper.

Bron: De complete kok – Lyn Hall

donderdag 3 mei 2012

Koningsmaal: de eerste asperges

De eerste asperges van het seizoen eten heeft een louterende werking. Op mij dan toch. Herinneringen aan mijn thuis, middenin het West-Brabantse land, waar het leven goed is en de aspergevelden het landschap sieren. Ik ben ermee opgegroeid, met die rechte, witte jongens en hun delicate smaak. Ze laten me met een glimlach terugdenken aan papa die, wanneer ik weer eens thuiskwam in het voorjaar, direct een dampende schaal van het witte goud op tafel zette. Met royale scheppen roomboter, want als er iets is waar een asperge een verbintenis mee heeft, dan is het wel met dit goudeerlijke zuivelproduct.

Louterend ook, omdat papa mij het asperges schillen met eindeloos veel geduld bijbracht. Bovenaan dun beginnen en dan langzaamaan naar onderen toe steeds wat dikker. Het gaat hier om het beroemde fingerspitzengefuhl. Niks dunschiller, een scherp aardappelschilmesje is het juiste gereedschap. Alleen daarmee kun je “aanvoelen” hoe dik je schil is. Teveel weggooien is zonde, te weinig is zo mogelijk nog vele malen erger. Wie eenmaal zo’n taaie prop aspergeschil in zijn mond heeft gehad, hoeft van z’n-leven-lang geen asperges meer. Ongelooflijk smerig!

In de loop der jaren ben ik asperges schillen welhaast een therapeutische bezigheid gaan vinden. Je kunt er domweg geen haast bij gebruiken. Voor 2 kilo trek ik dan ook zo’n 45 à 60 minuten uit. Het moet goed gebeuren, zonder één klein schilletje achter te laten. Prettig relaxed wegdromen tijdens het schillen; ik doe het bijzonder graag.

Al zullen de chefs daar anders over denken, bij asperges horen geen toeters en bellen. Erbij een goeie lik gezouten roomboter, kakelverse eitjes, eventueel een aardappeltje of lekkere ham, en je hebt het ware Koningsmaal gecreëerd.
Geen onnozel gedoe ook met (te) korte kooktijden; voor mij moet een asperge gaar zijn. Hij moet “slieren”, zoals we in Brabant zeggen. Als je er een met een vork uit de pan wilt tillen moet hij doorbuigen. Oké, niet dubbelklappen, maar wel lichtjes buigen.

Het kookwater nooit weggooien! Daar kun je de dag erna een romig aspergesoepje van maken. Het is dus eigenlijk dubbelop genieten van deze bijzondere groente. En laten we eerlijk zijn: dat mag ook wel voor zo’n bijzonder (goud)prijskaartje.



woensdag 2 mei 2012

Brabantse Wal asperges

Hoera! De eerste asperges van dit jaar zijn binnen! Dat wil zeggen: nog niet in mijn binnenste, maar al wel in huis. Na de behangsessie van vandaag (zie http://eetplezier.blogspot.com/2012/05/over-groene-rakkers-en-zure-ranja.html ) via een adresje van de Brabantse Wal naar huis gereden. Als rasechte Brabantse zeg ik natuurlijk dat deze de aller- allerlekkerste zijn. Ze zijn weliswaar nog een beetje te dun naar mijn zin, maar ze zullen vast smaken.

Morgen op het menu dus. Asperges met Aubelse roomboter en biologische eitjes. Nee, ham is voor mij niet per se noodzakelijk. Een versgekookt aardappeltje erbij vind ik dan weer wel een onmisbaar element. Dat wordt smikkelen met stiekem wat meer druppeltjes zout dan op andere dagen. Yam! To be continued …

dinsdag 1 mei 2012

Over groene rakkers en zure ranja

Er zijn van die dagen dat er schijnbare windstilte heerst in huize Eetplezier. Schijnbaar, ja, want er gebeurt natuurlijk altijd van alles. Dat “alles” is vanzelfsprekend niet altijd voedsel-gerelateerd en als het dat wel is, vind ik het te magertjes om op dit blog te vermelden.
Toch is dat een vreemdsoortig criterium. Alsof ik kan weten, wat jullie graag lezen.
Dus stel ik voor dat ik maar gewoon alles opschrijf en dat jullie me laten weten of dit leuk genoeg is om te lezen. Deal?

Op een dag als vandaag sta ik om 10 uur ’s morgens soep te maken. Sjampiejonnesoep. Uitje, knofje, paddenstoeltjes bakken. Rouxtje maken. Bouillon erdoor, proeven, afkruiden. Klaar!
Waarom dat nu per se zo vroeg moet plaatsvinden, is mij zelf ook niet altijd geheel en al duidelijk. Dwangneuroses die me parten spelen, ben ik bang. Of het willen hebben van een geruststellende overvloed aan tijd. Want morgen wordt een drukke dag, dan reizen we af naar Brabant, naar de Mama. Zij vroeg enkele maanden geleden al om een nieuw behangetje. Dat behangen vindt de Man leuk om te doen, want ooit was dat zijn vak. Minder grappig wordt het als er daarna nóg een hele verzameling karweitjes aan het licht komt, maar ach, het is voor de Mama. Lieve mama, vitaal, helder, opgewekt en tweeëntachtig al weer. Beleefd vraagt ze de avond voorafgaand aan zo’n klusdag: “Wat zullen we eten? Zal ik soep maken?”
“Hoeft niet, mam, ik zorg voor het eten”, antwoord ik. Ze weet ondertussen drommels goed dat ik altijd zorg voor het eten draag (ik vind dat zij lang genoeg vitamientjes en mineraaltjes in mij heeft moeten stoppen) maar beleefd is het, nietwaar?
Sjampiejonnesoep dus morgen, na gedane arbeid, met een flinke scheut room erin.
.
Nog steeds geïnteresseerd? Oké, de middagbammetjes waren belegd met huisgemaakte komkommersalade. Omdat er nog zo’n groene, wankele staak verloren in de koelkast lag. Omdat het toch altijd zonde is om voedsel weg te gooien. Daarom schaafde ik de groene rakker vliegensvlug in schijfjes, snipperde een sjalotje, roerde er wat mayo, kwark, peper, zout en dille door en hoppa, het dagelijks brood was weer belegd.


O ja, vanavond, wat eten we vanavond? Pizza, roept de Man. Heerlijk, kraai ik. Wat heb ik het toch geweldig voor elkaar met een man die zijn job als Huisprogrammeur weet te combineren met die van Huisbakker. Het is weer veel te lang geleden dat hij zijn overheerlijke pizzakunsten heeft vertoond.  Alles in huis ervoor? Natuurlijk niet, snel naar de Turkse winkel gespoed voor aubergine, paprika en gist. (Helaas bleek tijdens het beleggen van het deeg de essentiële buffelmozzarella vergeten te zijn).
Doet er niet toe. Zonder kaas smaakt het ook. Hoewel minder lekker.

Om 5 uur drinken Man en ik ons aperitiefje. Normaal gesproken is dat wijn, rood of wit. Vandaag was ik in een soort van retro-stemming en snakte hevig naar een jaren ’70-mondgevoel. Pisang ambon, baileys, bessenlikeur. Dat soort spul, kleverig, zoet, met weinig alcohol. En dan ijs- en ijskoud gedronken. Dus  ik proefde vandaag – heldhaftig als ik ben – mijn eerste glaasje Martini Fiero. Ja-haaa, dat  wekt de indruk te moeten smaken naar aromatische wijn met een intense ondertoon van mediterrane citrusfruit en bloedsinaasappel. In werkelijkheid smaakt het naar ietwat zure ranja met een druppeltje vloeibare zeep erin. Het ligt aan mezelf. Ik was tijdens het inschenken weer eens de meest fundamentele handeling vergeten te zeggen. Wie verwacht nu een Martini shaken, not stired, te willen krijgen? Mijn Thuisbakker is ook maar een gewoon Mens. En James Bond niet. Helaas …

Waarna we maar aan de pizza zijn begonnen. Ook lekker.



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...