Posts tonen met het label Rundvlees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rundvlees. Alle posts tonen

woensdag 16 oktober 2013

Witlofsalade met walnoten, dadels en kaas

 
Medio oktober 2013. Zo’n dag dat ze daarboven voor de derde keer op een rij, nog steeds emmers en emmers water leeg kieperen over ons. Zeeland doet zijn naam eer aan. Boven, opzij, onder, naast ons, overal zijn er zeeën van water. Teveel. Niemand wordt er blij van. Geen idee of ze daarboven ook aan internet doen en zo, maar mocht iemand dit lezen: gelieve te stoppen nu.

Maar het was tevens de dag dat Matt Preston’s Beste recepten in de bus viel. Lekker leesvoer, mocht deze grijze treurnis nog even blijven voortduren. De dag ook van smakelijke Taggiasche olijven, kleverige Medjool dadels, knapperig desembrood, geurende kruiden, pikante kaasjes en boterige Hass avocado’s scoren. Allemaal bij de Sligro. Het culi-walhalla voor veel foodies. Driewerf hoera voor deze grootgrutter!

Zoals alle voorgaande jaren, bezoek ik op deze herfstige midden-oktoberdag het meest authentieke adresje van geheel Zeeland: walnotenboer Kwekerij Westhof. Daar kunnen ze de vraag naar deze verse noten bijna niet aan. Met enig geluk kan ik vier zakken meenemen. Ik verheug me nu al op het krakende geluid van kapot springende bolsters. Fijn spul door de salade. In boterkoek met appel. Of gewoon, bij een rood wijntje. Mijn kamer ziet er na een kwartiertje kraakgeweld uit als een slagveld, maar dat is voer voor kniesoren.

En verder is er ’s avonds een vers gebakken bladerdeegbakje met daarin homemade ragout. Wel eerst bouillon maken natuurlijk. Van rundvlees en heel veel botten, inclusief een keur aan kruiderij en groente. Daar hoef je geen culinaire Hoge School voor doorlopen te hebben; dat zet je eenvoudigweg op het vuur en vervolgens laat je het daar gedurende een uur of 8 héél zachtjes staan pruttelen. Het water mag net aan in beweging zijn. Krijg je een heul donker goedje van. Daarna gaan er diverse - afgekoelde - bakjes richting vriezer. Altijd makkelijk. Voor opkikkers op regenachtige zondagmiddagen. Voor kouwelijke snotteraars. Als basis voor nog meer soep. De rest bind ik op de klassieke manier. Met een warm boter-bloemmengsel en koude bouillon. Nog wat blokjes ui, wortel, prei en bleekselderij bakken en door de ragout mengen en klaar is Nell.

Erbij een witlofsalade, waarmee men alle kanten op kan. Ik maakte deze samenstelling ervan, geïnspireerd door Jeroen Meus. Zoet, zout, filmend en bite, alles zit erin. Plus een boel vitamientjes en mineraaltjes.

Ingrediënten:
3 eetlepels créme fraîche
1 sjalot
1 eetl. appelsap
1 eetl. citroensap
1 eetl. walnotenolie
honing
peper/zout

3 stronkjes witlof
1 groene appel (Granny Smith)
50 g walnoten, fijngehakt
4 à 5 medjool dadels, ontpit en in stukjes
200 g oude kaas (Reypenaer bijvoorbeeld)
optioneel: kervel of tuinkers

Bereidingswijze:
Snipper de sjalot heel fijn.
Maak vervolgens de dressing door alle ingrediënten goed door elkaar te mixen.

Snijd de witlof grof. Het mag allemaal best een beetje rustiek.
Schep alles in een grote kom.
Snijd de appel julienne en voeg bij het witlof. Schillen is niet nodig.
Voeg de dadels en de noten toe en hussel alles met de dressing door elkaar.
Met een dunschiller kun je er vervolgens “flakes” kaas overheen schaven.
Mocht je kruiden als kervel of tuinkers in huis hebben, kun je deze er nu over strooien.


donderdag 4 april 2013

Bubbling Boeuf

 
The boeuf is bubbling. Heerlijk om naar te kijken, zo’n hartverwarmend stoofpotje op het vuur. Temeer omdat die afschuwelijke koude föhn uit het oosten zich maar langs onze oren blijft blazen. Brrrr. Ondertussen dénk ik niet alleen in zonneschijn, ik dróóm over de weldaad van de gouden ploert en als het nog langer gaat duren, wórd ik zelf een zonnestraal (voor zover ik dat al niet was natuurlijk).

Alle reden dus om de koe bij de horens te vatten, er een mooi stukje van af te snijden (ja, ja, ik weet het: vegetarisch eten is veel gezonder), een fijn flesje rood uit het rek te trekken, dit erover heen te sprenkelen, wat groenten aan stukken te snijden en het geheel te laten slowcooken. Laten we zeggen: zo’n vier, vijf uur. Langer mag ook. Je bent toch binnen. Buiten valt er echt niets te zoeken op dit moment.
 
 

maandag 6 augustus 2012

Rundvlees in Engelse (Colmans) mosterdsaus

Dit is weer zo’n recept uit mijn beduimelde knipselmap. Ooit stond dit recept in de Provinciale Zeeuwsche Courant (ja, die bestaat écht). Het idee van gekookt rundvlees in plaats van gebraden vergt even een omslag in je denkpatroon, maar probeer het en je zult er versteld van staan.
Mijn moslim buurmeisje van destijds vond het heerlijk. Ik heb er toen wel speciaal voor haar de sherry uit weg gelaten. Dit keer zit er de dubbele hoeveelheid in *grijns*.

Ingrediënten
2 kleine runderlappen, samen 250 à 300 gram
1 tablet voor runder- of groentebouillon
35 gr boter
30 gr bloem
1 middelgrote ui, gesnipperd
1 teen knoflook, ragfijn gehakt
1 theel. Madras kerriepoeder
1 eetl Colmans mosterdpoeder
4 eetl droge sherry (manzanilla)
¼ theel milde paprikapoeder

Bereidingswijze
Zet de runderlappen op met ½ liter kokend water.
Schuim het oppervlak enkele malen zorgvuldig af.
Laat daarna de bouillontablet oplossen in het kookvocht.
Temper de warmtebron en laat alles 2 uur zachtjes koken of zolang het vlees volkomen gaar is.
Neem het gekookte vlees uit de pan.
Zeef het kookvocht en meet 3 dl af. Laat afkoelen.

Verhit een (saus)pan met dikke bodem en laat de boter smelten.
Schep de uisnippers door de hete boter.
Temper de warmtebron en laat de ui 5 minuten zachtjes fruiten.
Schep de knoflook erdoor en strooi er na 1 minuut de kerriepoeder door.
Roer alles goed door en voeg daarna de bloem toe.
Schenk er vervolgens het afgekoelde vocht beetje bij beetje aan toe.
Breng alles aan de kook en blijf zolang roeren tot een gebonden saus ontstaat.

Roer in een kommetje sherry en mosterdpoeder tot een glad mengsel.
Schenk het bij de saus en laat daarna de saus nog enkele minuten zachtjes sudderen.
Leg het vlees in de saus en laat alles door en door warm worden.
Eventueel garneren met peterselie.
Lekker met droge rijst en een eenvoudig groentegerecht!

dinsdag 24 april 2012

Boeuf Bourguignon

Het voorgerecht tijdens mijn stressvrije etentje van afgelopen weekend bestond uit een – o, wat een gemak - anti-pastischotel. Daarop huisgemaakte guacamole, goede kwaliteit chorizo, parmaham, in de oven gedroogde trostomaatjes, in rozemarijn en citroenolie gemarineerde buffelmozzarella, kalamata olijven en baba ganoush.

Voor het hoofdgerecht had ik de dag ervoor alle tijd genomen. Speciaal voor dit gerecht komt hiervoor mijn alleroudste kookboek uit de kast, t.w. De regionale keuken van Frankrijk, een boek van authentieke Franse recepten. Er zit zo’n rood-satijnen lintje in dit schitterende boek en dat bevind zich standaard bij deze veelvuldig gemaakte Boeuf Bourguignon. Het lijkt een ingewikkeld recept, maar als je de tijd ervoor om het goed door te lezen, valt het alles mee. Jammer dat het me helaas niet helemaal duidelijk is waarom er een jonge bourgogne in wordt geadviseerd. Ik kies er altijd een oudere bourgogne of een Côtes du Rhône voor, omdat het de smaak verdiept.

Er zijn maar weinig gerechten zo bekend en tegelijk vaak zo slecht gemaakt als boeuf bourguignon. Er is rundvlees van een ouder beest voor nodig (Bourgondiërs prefereren Charolais), met veel bindweefsel dat gedurende de bereiding oplost en zorgt voor een volle saus. Aan te bevelen zijn doorregen runderlappen of sukadelappen. Een pittige rode wijn, zoals beaujolais of een jonge bourgogne geeft het gerecht pit. Boeuf bourguignon moet beslist langzaam bereid worden, altijd op een laag pitje, zo nodig 3 à 4 uur. Het vlees moet gaar zijn, maar niet uit elkaar vallen. Vroeger werd het vlees vaak aan één stuk bereid en niet, zoals nu, in stukken gesneden. Vaak worden de croûtes weggelaten (doe ik ook) en wordt het vlees opgediend met gekookte aardappelen (bij mij een aardappelgratin). De smaken van dit gerecht komen nog meer tot hun recht als het ten minste een dag van tevoren (leve het stressvrije leven) wordt gemaakt.

Voor 4 personen
750 – 1 kg rundvlees, in grote dobbelstenen (ik gebruikte riblappen)
0,6 dl olie
1,25 dl rode wijn, bij voorkeur bourgogne
25 gr bloem
2,5 dl bouillon
zout en peper
mespuntje suiker (niet noodzakelijk)
4 croûtes, gebakken in een olie-botermengsel (ook niet noodzakelijk)
1 eetl gehakte peterselie

voor de marinade:
7,5 dl rode wijn, bij voorkeur bourgogne
1 ui, in ringen gesneden
1. wortel, in schijfjes gesneden
bouquet garno
1 teentje knoflook, fijngehakte
6 zwarte peperkorrels
2 kruidnagels
mespuntje zout
2 eet olie

voor het garnituur:
250 gr ontbijtspek, in reepjes gesneden
16 à 20 kleine uitjes (ik gebruikte sjalotjes)
250 gr champignons

Bereidingswijze
Het is niet noodzakelijk het vlees te marineren, maar toch hebt u de ingrediënten voor de marinade nodig.
Doe het vlees, als u het wel wilt marineren, in een schaal (niet van aluminium), giet de wijn erover en voeg de marinade-ingrediënten toe, waarbij u de olie als laatste over het vlees giet.
Laat het geheel een dag op kamertemperatuur staan, waarbij u het 3 of 4 keer omroert en zet het 2 dagen in de koelkast.
Laat het vlees uitlekken en bewaar de marinade; bewaar de ui en wortel apart.
Maak  de stukken vlees zorgvuldig droog met keukenpapier.
Blancheer het ontbijtspek als het erg zout is.
Verhit in een koekenpan met dikke bodem de helft van de olie en laat de stukken vlees aan alle kanten bruin worden.
Leg ze terzijde en doe hetzelfde met het garnituur: doe de spekjes in de koekenpan en bak ze op een tamelijk hoog vuur bruin, maar niet knapperig.
Neem het ontbijtspek eruit, doe de uitjes erin en laat deze ook bruin worden.
Haal dan de uitjes uit de pan, doe de champignons erin en bak lichtbruin.
Leg de ingrediënten voor het garnituur terzijde.
Giet het overtollige vet uit de pan en voeg de wijn toe.
Breng deze aan de kook en roer de aanbaksels in de pan los zodat ze in de wijn oplossen.

Verhit de rest van de olie in een braadpan met dikke bodem, doe de apart gelegde ui en wortel uit de marinade erin en bak ze onder af en toe roeren langzaam gaar maar niet bruin.
Voeg de bloem toe en bak dit mengsel al roerend mooi bruin, maar pas op dat het niet verbrandt!
Roer de rest van de marinade-ingrediënten, de wijn uit de koekenpan, de bouillon en peper en zout erdoor.
Doe het vlees terug in de pan en breng alles aan de kook.
Leg een goed sluitend deksel op de pan en laat het geheel op het fornuis of in een matig-hete oven (150°) 3 à 4 uur zachtjes sudderen. Roer af en toe.

Leg het vlees, als het gaar is, in een andere braadpan, zeef de saus en giet hem over het vlees.
Roer het garnituur van ontbijtspek, ui en champignons erdoor en laat alles nog zachtjes 15 minuten sudderen, totdat de uitjes gaar zijn en de smaken zich goed vermengd hebben.
Proef de saus en breng hem op smaak; voeg eventueel een mespuntje suiker toe, als tegenwicht voor het zuur van de wijn.
Serveer het gerecht in een ondiepe schaal met eventueel de croûtes langs de  rand.
Bestrooi het vlees met de gehakte peterselie.

Bron: De Regionale keuken van Frankrijk – Anne Willan

maandag 6 februari 2012

Griekse winterkost: Stifado

Stevige winterse kost met een zonnig Grieks tintje. Om warm van te worden!

Ingrediënten:
1 dl olijfolie
750 gr rundvlees, in dobbelstenen
zout + grof gehakte peper
750 gr verse pareluitjes
2 tenen knoflook, fijngehakt
500 gr rijpe tomaten of tomatenstukjes uit een pak
½ spaanse peper
2 laurierblaadjes
6 kruidnagels
½ theel piment
1 kaneelstokje
2 eetl rode wijnazijn
1/8 l rode  wijn
1 theel suiker

Bereidingswijze:
Verhit de olie in een zware braadpan.
Bak het vlees, in gedeelten, rondom bruin.
Strooi er zout en peper over.
Bak de uitjes enkele minuten mee tot ze licht kleuren.
Haal ze daarna tezamen met het vlees uit de pan.
Bak de knoflook kort mee en voeg de tomaten + specerijen toe.
Doe de azijn, wijn, suiker en 1 ½ dl water in de pan en breng aan de kook.
Stoof het gerecht met deksel op de pan in circa 2 uur gaar.
Controleer af en toe of er nog water bij moet.
Voeg na 1 ¼ uur de uitjes toe.
Als het gerecht klaar is moet er voldoende lichtgebonden saus zijn.

Bron: De Griekse keuken

dinsdag 15 november 2011

Pie van rundvlees met zoete aardappelen

In het magazine Proef+ (een uitgave van Gall & Gall) stond dit recept voor runderpie.
Nu heb ik normaliter bepaald geen hoge hoed op van Allerhande blaadjes die volgekalkt worden met recepten. Want ja, wie weet, zit er een of andere eindredacteur een beetje te googlen op ingrediënten, husselt de woordenbrij nog eens fiks door elkaar, zet er naar eigen inzicht hoeveelheden bij en voila: een kakelvers recept is geboren. Ik kan er niets aan doen, mensen, op een kwade dag werd ik wakker om daarna de rest van mijn leven te moeten slijten met een kritisch wantrouwen ten aanzien van alles waar een enigszins commercieel luchtje aan zit.

Maar goed, vandaag onderwerp ik mezelf aan psychologische zelfreflectie en kom tot de ontdekking dat alledaagse honger het van de twijfel moet winnen. De overlevingsmodus, noem ik het gemakshalve. Opdat een mens af en toe ook gewoon kind moet durven zijn.
Bovendien stonden er sukadelapjes te glimschateren in de koelkast en lag er nog een viertal zoete aardappelen rimpelig te worden. Zoete aardappelen, wat moet een mens ermee, verzucht ik telkens als ik ze zie opduiken in mijn biologische Groentetas. Zie hier het antwoord. 

Ingrediënten (4 pers.)
1 kg sukadelapjes, in blokjes
zout & peper
5 eetl. olie
2 uien, gesnipperd
3 tenen knoflook, gehakt
1 tl komijn
½ tl kaneel
1 blik tomatenblokjes
2 ½ dl. runderbouillon
½ dl rode port
50 gr. rozijnen
1 gedroogde chilipeper verkruimeld
4 laurierblaadjes
300 gr. zoete aardappelen, in blokjes
50 gr. amandelen, in stukjes

Voor het korstdeeg:
250 gr. bloem
snufje zout
125 gr. koude boter
1 ei, losgeklopt
1 eetl. ijskoud water

Werkwijze
Bestrooi het vlees met zout en peper.
Verhit 3 eetl. olie in een braadpan en bak het vlees rondom goudbruin, voeg tussendoor nog tweemaal 1 eetl. olie toe.
Schep het vlees uit de pan.
Bak in het bakvet de uien, de knoflook en de komijn.
Schep het vlees weer in de pan en voeg de tomatenblokjes met sap, runderbouillon, port, rozijnen, chilipeper en laurier toe.
Laat sudderen tot het vlees goed gaar is.
Roer de zoete aardappel erdoor en breng het stoofpotje opnieuw aan de kook. Laat de aardappel 20 minuten gaarstoven.
Schep het vleesmengsel (zonder vocht) in een ovenschaal.
Strooi er de amandelen over.

Verwarm de oven voor op 200° en maak het korstdeeg.
Kneed de bloem, zout, boter, de helft van het losgeklopte ei en het water tot een soepel deeg.
Laat het deeg 30 minuten rusten in huishoudfolie.
Rol het deeg uit en dek hiermee het vleesmengsel af.
Bestrijk het deegdeksel met de rest van het ei.
Maak in het midden een gaatje voor de stoom.
Bak de pastei in circa 40 minuten goudbruin.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...