Posts tonen met het label Varkensvlees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Varkensvlees. Alle posts tonen

woensdag 25 juni 2014

Babi pangang (modern version)

 
The modern version? What’s that? Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook niet altijd zo voorzien heb op de termen modern of eigentijds. Een klassiek recept staat of valt bij de gratie van de juiste ingrediënten en een authentieke bereidingswijze. Gelukkig bestaat er ook nog zoiets als “dichterlijke vrijheid”. Dat heb ik in dit recept een beetje als leidraad aan gehouden. Dus, lieve vriendjes en vriendinnetjes met veel wetenschap van Indonesische of Maleisische kokerij, stay cool please! Ik besef dat dit niets, helemaal niets, te maken heeft met de oorspronkelijke versie.

Babi pangang ofwel babi panggang is van oudsher een stuk geroosterd varkensvlees waar een zoetzure, rode saus bij hoort. Het grote probleem is dat ik rondom mijn woning nergens vlees durf te roosteren, zonder verbannen te worden naar een onbewoond eiland. Onderstaand recept vond ik een heel acceptabel alternatief.

Ingrediënten: (4 personen)
500 gr schouderkarbonade, in dobbelstenen
1 eetl appelstroop
2 grote uien, gesnipperd
1 teen knoflook, fijngehakt
3 eetl bruine suiker
5 eetl ketjap manis
1 bouillonblokje
1 klein blikje tomatenpuree
maizena
zout/peper
boter of olie

Bereidingswijze:
Kruid het vlees met zout en peper en bak het rondom mooi bruin.
Haal het vlees uit de pan. Fruit de ui en de knoflook zachtjes aan.
Bak de tomatenpuree even mee, om te “ontzuren”.
Roer de suiker, ketjap en sambal door elkaar en voeg dit toe aan het vlees.
Voeg 2,5 dl water, de appelstroop en het bouillonblokje toe.
Laat dit sudderen tot het vlees gaar is.
Bind de saus met een beetje maizena.

zondag 15 december 2013

Meatless Monday en meer

Naar aanleiding van het televisieprogramma De Wereld Draait Door college, waarin topkok Robert Kranenborg een culinaire ode bracht aan de Koe, haal ik onderstaand stukje van 29 juli 2011 opnieuw naar boven. Niet alleen omdat ik me helemaal kan vinden in de uitspraken van deze chef (weet wat je eet, kauw, eet minder maar beter vlees), waardoor het qua inhoud een bijzonder kritische en waardevolle uitzending werd, maar veel meer omdat in huize Eetplezier de vleesconsumptie sinds jaren niet zo laag is geweest. Ja, dat heeft natúúrlijk alles te maken met de talloze schandalen in de vleesverwerkende industrie en ook met een toenemend respect voor al het leven om ons heen. Naarmate het aantal gegeven jaren op deze aardbol toeneemt, krijgt het begrip sterfelijkheid steeds meer betekenis. En wil ik zuinig zijn op alles wat me dierbaar is. Dat geldt zeker voor al die oneindige, zwart-witte toonbeelden van Hollandsch welvaren die traag door oneindig laagland gaan (vrij naar Marsman).

Laten wij ze koesteren, die koeien. Laten wij kritisch blijven vragen naar de herkomst als we bij de slager een stukje vlees aanwijzen, laten we ook minder courante delen eten, maar laten we vooral de hoeveelheden vlees beperken. Twee keer per week is meer dan voldoende. Opdat de koe, het varken en de kip een dierwaardig leven kunnen leiden. Vrij, vrolijk, stressvrij, in nabijheid van hun soortgenoten. Geheel op een zelfde wijze, zoals wij, mensen, ook het liefst hun bestaan kleuren.

29 juli 2011 schreef ik dit:
De slager bij mij in de buurt gelooft stellig in zijn vak. Als verkoper, wel te verstaan. Precies dat is wat hij wil: verkópen. En wát hij precies verkoopt, maakt hem niet zo gek veel uit. Alles waar vraag naar is, ligt in zijn vitrine. Bijzondere specials heet dat dan.

Ik ben er niet nieuwsgierig naar en word er al helemaal niet hongerig van. Bijzondere namen wekken de suggestie de producten naar een hoger plan te kunnen tillen. Boomstammetjes. Pepersteaks. Pomodori haasjes. Het is niets anders dan bewerkt, vooraf gekruid en/of gemarineerd vlees. Gemaksvoer voor de “snelle eters” van vandaag. Het smaakt zout of pittig (of in het ergste geval zout én pittig tegelijk), dus is het lekker.

De Moderne Mens zit vreemd in elkaar, want naast het gemaksvoedsel is er momenteel ook een hang naar voedsel dat smaakt zoals het hoort te smaken. Biologisch en ambachtelijk, dat zijn de termen van vandaag. Aangezien de mens van vandaag de gehele wereld doorkruist, ziet, hoort en proeft hij van alles op vakantie, wat hij thuis op de bank ook wil eten. Iberico-vlees bijvoorbeeld. Veelal gegeten op doorreis in Spanje en Portugal. Mals, smakelijk vlees. Dat komt omdat de varkens ter plekke vrij kunnen rondscharrelen De Ibérico varkens worden in het voorjaar met fris gras gevoed. In de zomer krijgen ze een mengsel van gerst en tarwe te eten. En in de herfst, wanneer de eikels van de bomen vallen, eten ze daarvan liefst tot 10 kg per dag! Bovendien zorgt het vele bewegen ervoor dat het vlees een nootachtige smaak krijgt en dat er vet in het spiervlees wordt opgebouwd. Juist in het vet wordt de smaak geconcentreerd. Kortom: vlees zoals het vroeger smaakte.

Back to Basic is hip. En de slager bij mij in de buurt wil meegaan met zijn tijd. Dus ging hij Iberico vlees inkopen. De eerste paar weken wist ik niet wat ik zag! Hier, bij mij om de hoek, Iberico koteletjes! Enfin, Man en ik aten onze buikjes rond. Tsjonge, het vet droop langs onze kin, maar lékker …..
Totdat de slager merkte dat de omzet van zijn Iberico vlees niet zo hoog was, als hij had berekend. De gemiddelde klant vond het er nogal “gewoontjes” uitzien. Daar had de slager bij mij in de buurt wel wat voor! Chimichurri bijvoorbeeld.  Tex-Mex. Shoarma. Tok-Tok. Curry. Tandoori. Roept u maar! Zo werd de authentieke vleeskleur netjes bedolven onder een rode, gele of groene smurrie. De omzet steeg. Zowel de slager als de klanten waren tevreden.

Behalve dan die ene klant, in de vorm van mijn persoon. Het zijn vergeefse pogingen als ik voor de zoveelste keer informeer of er Iberico-koteletjes naturel zijn. Nee, mevrouw, alles op en hij wijst nadrukkelijk naar zijn vitrine. Ik moet ze bestellen, vindt de slager bij mij in de buurt. Dan kan hij er rekening mee houden dat ik ze “anders wil dan anders”.
Bestellen. Ja, ja. Zo gaat dat bij de slager van vandaag. Als je gemalen, kruidige, peperige, pittige, in dikke saus verpakte of van exotische namen voorziene vleesachtige dingen wil, kun je aanschuiven in de rij. Maar als je een stukje normaal vlees wil, is de slager bij mij in de buurt niet thuis. Toch gek, nietwaar?

zondag 17 november 2013

Nasi Goreng

Eén of twee keer per jaar, word ik plotseling overvallen door een enorme trek in nasi goreng. Je weet wel: opgebakken rijst met groenten en vlees. Eventueel aangevuld met kroepoek, wat atjar, sambal, een gebakken eitje en een koel glas bier.

Of het komt door de flinter pseudo-koloniale
opvoeding van wijlen mijn lieve pap (lees hier wat ik er eerder over schreef) of dat het een basale behoefte is aan flink wat pittigheid, nu de opdringende winterkou zich laat gelden, ik weet het niet. Feit blijft dat, wanneer ik iets in mijn kop heb, het niet in mijn staart zit. Of zoiets.

Reeds tijdens het koken van de rijst, komen de dilemma’s. Wel of geen vlees blijft een moeilijk item in huize Eetplezier. Werden er vroeger nog vrolijk dikke schouderkarbonades in brokken gesneden, om deze vervolgens 24 uur te laten marineren in een ketjap-kruidenmengsel, nu wordt er al zuinigjes gekeken bij het voorstel er in ieder geval twee dunne speklapjes in te mogen verwerken. Goed, goed, ik zal er echt een minimale hoeveelheid in doen. En ja, ja, ik vergeet echt de selderij niet. Vreemde gewoonte, die selderij in onze nasi …..

Ingrediënten:
zonnebloemolie
1 à 2 rode pepers, in ragfijne reepjes
2 uien, gesneden
2 tenen knoflook, fijngehakt
1 grote prei, in ringen
halve witte kool, in dunne reepjes
2 wortelen, in kleine blokjes
bos selderij, fijngehakt
neutrale ketjap
sambal (er zijn voor wie het nooit heet genoeg is)
gemberpoeder
korianderpoeder
zout

Bereidingswijze:
Begin met het koken van de rijst eerder op de dag. Hoe kouder de rijst, hoe beter deze later op te bakken is. En met rijst bedoel ik vanzelfsprekend niet die idiote snelkookvarianten, maar gewone, traditionele witte rijst. Zelf gebruik ik bijna altijd basmati. Fijne, geurige rijst. Wat het vlees betreft: doe wat je hart je ingeeft. Speklapjes, schouderkarbonades, varkenslapjes, het kan allemaal, als je er maar bescheiden blokjes van snijdt en vooral niet vergeet dit een halve dag in een marinade te zetten van olie, ketjap, knoflook, bruine suiker, gemberpoeder, sambal, citroensap, zout. Als je vlees gebruikt, schep dit dan uit de marinade en bak het zacht aan in een ruime wok. Olie toevoegen zal niet nodig zijn. Als het bruin en gaar is, haal het dan uit de pan.

Kies je voor een vegetarische versie, dan begin je met een fikse eetlepel olie in de wok te verhitten.
Fruit de uien en pepers lichtbruin.
Voeg nu de knoflook, gember- en korianderpoeder toe. Pas op: zachtjes bakken, anders verbrandt alles.
Nu mag het vuur hoger en voeg je de wortelen en witte kool toe. Bak alles, telkens omscheppend, zo’n 6 à 8 minuten.
Daarna de prei toevoegen.
Als alle groenten beetgaar zijn, een flinke scheut ketjap toevoegen, eventueel aangevuld met nog wat sambal.
(Heb je vlees gebakken, dan kun je dit nu toevoegen).
Schep voor schep komt er nu de koude rijst bij. Blijf omscheppen. De bedoeling is dat de rijst echt bakt.
Voeg zoveel ketjap toe als je zelf lekker vindt.
Als laatste de selderij erdoor mengen en nogmaals stevig blijven omscheppen.
Proef nu. Voeg eventueel zou toe.

Bak supersnel een eitje. Ruk de zak kroepoek open. Vul de glazen met koel bier of water en ga snel aan tafel. Selamat makan!

vrijdag 4 oktober 2013

Babi ketjap met sambal goreng boontjes

Soms dient een mens te schipperen. Tussen principieel gedachtegoed en ruimdenkendheid. Of tussen het doordeweekse, gezonde verstand en een onverklaarbaar verlangen. Tussen kiezen voor jezelf of kiezen voor de ander. Het werd vandaag het laatste (maak ik overigens geen gewoonte van, het zou maar claims opleveren). Goed, mannetje had na zoveel jaar weer eens zin in een maaltijd met Indonesische gerechten. Sambalboontjes, babi ketjap, homemade atjar, that kind op stuff.  Aangevuld met witte, ietwat kleverige rijst.

Ik had er weinig problemen mee. Tenslotte heb ik niets voor niets in de loop der jaren een berg authentieke recepten verzameld. Allemaal uit de gordel van smaragd. In een vorig leven maakte ik veelvuldig (lees: elk weekend) deze gerechten. Het gaf Man en mij een zeer tevreden gevoel van niet-burgerlijkheid. Jeuhhh … wij waren niet zoals zij. Voor ons geen flauwe andijviestamp of de geur van doorgekookte spruitjes, maar vlammende maaltijden met tamarinde, trassi en grote aantallen knoflook en lomboks. Het kwam allemaal door een goede vriend die destijds een cursus Indonesische keuken volgde en mijn eigen lieve vader die, na een periode van drie jaar in Nederlands Indië, ons gezin ook wilde laten kennismaken met exotische gerechten. Ik schreef er hier al eerder over.

Babi ketjap en sambal goreng boontjes zijn van oorsprong echter Indonesische gerechten, zeker niet te verwarren met Indische gerechten. De Indische keuken is namelijk een samensmelting van de Indonesische en Chinees-Indonesische keuken met de Europese keuken die begon ten tijde van Nederlands-Indië. Deze keuken ontstond doordat lokale gerechten naar Europese smaak werden gemaakt en Europese gerechten met lokale ingrediënten. De gerechten werden gecreëerd en gegeten door Indische Nederlanders en Indo-Europeanen (Indo's) met, naargelang de sociale klasse, hulp van een Indonesische kokkie.

Babi ketjap

Ingrediënten:
750 gram doorregen varkensvlees, in dobbelstenen
1 – 3 eetl. neutrale olie
2 uien, fijngehakt
½ theel trassi
1 theel ketoembar (gemalen koriander)
2 - 3 theel djahé (gemberpoeder)
2 teentjes knoflook, fijngehakt
2 - 4 blaadjes daun djeroek (citroenblaadjes)
4 blaadjes daun salam (lijkt op laurierblad, maar is het niet)
¾ kopje ketjap
zout

Bereidingswijze:
De uien zachtjes fruiten en pas op het laatst de knoflook, fijngewreven trassi en de kruiden toevoegen. Pas op voor verbranden!
Blus af met een kopje water.
Voeg nu de ketjap, de daun djeroek en daun salam toe.
Voeg het vlees toe, eventueel met wat zout.
Laat sudderen tot het vlees volledig gaar is.

Sambal goreng boontjes

Ingrediënten:
1 - 3 eetl neutrale olie
2 uien, fijngehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
1 - 2 theel. ketoembar
1 - 2 theel. djahé
1 theel. laos (gemalen)
1 theel. djinten (gemalen komijn)
1 stengel sereh (ingekerfd)
4 stuks kemirinoten, fijngehakt
sambal (naar smaak)

pond sperzieboontjes of kousenband (in stukjes van 3 – 4 cm)
2 - 4 blaadjes daun djeroek
4 blaadjes daun salam
¼ - ½ blok santen

Bereidingswijze:
Fruit de uien zachtjes in de olie.
Voeg op het laatst de knoflook en de overige kruiden toe.
Oppassen weer voor verbanden!
Blus af met één (of anderhalf) kopje water.
Voeg nu de boontjes, de blaadjes en de santen toe.
Laat pruttelen tot de boontjes goed gaar zijn.
Check tussentijds of er nog water bij moet.
Optioneel: garneer met schijfjes hardgekookt ei en paprikasnippers.

Selamat makan!

Noot: zoals altijd won de eetlust het wederom van het geduld om een fatsoenlijke foto te maken.
Bij dit soort maaltijden luistert mijn verstand maar één commanda: áánvalluhhh .....

donderdag 18 april 2013

Klassieke huzarensalade

Zodra de weermannetjes van destijds de eerste warme dag van dat jaar aankondigde, spurtte mijn lieve pap naar de slager om een “stukske fricandeau”. Dat stukske fricandeau was een onontbeerlijk onderdeel van de huzarensalades die hij zo perfect wist te maken. Vol bewondering keek ik steevast toe hoe hij allereerst het vlees braadde, daarna de augurkjes, sjalotjes, friszure appel en aardappel in piepkleine blokjes sneed, fikse lepels mayo en mosterd toevoegde, om daarna het smeuïge mengsel in de koelkast lekker fris te laten worden. Afwerken kwam op het moment van aanvallen: sla, tomaatjes, augurkjes, uitjes en partjes hardgekookte ei erbij. Daarna werd het smullen in de warmte van de laatste zonnestralen van die dag. Het werd bijna een ritueel, ik kan me niet herinneren dat pap het ooit beu werd om voor ons deze huzarensalade ten uitvoer te brengen. Een juweeltje van huisvlijt.

Zelf ben ik meer een plannenmaker. In mijn hoofd gebeurt er van alles, zonder dat ik veel ten uitvoer breng. Totaal geen pretenties dus. Ik wil niets worden, ik wil niets zijn. Af en toe goochel ik een beetje met woorden, dat vind ik aardig om te doen. Mensen om me heen kennen me als de eeuwige dromer. En laat ik daar voorlopig ook maar geen verandering in brengen, het zou mijn geliefden in totale verwarring brengen. Hugo Claus omschreef het heel treffend. “Als ik de dag doorkom zonder catastrofes ben ik al erg blij. Dat is een vorm van geluk.” Helemaal mijn motto.

Toch durf ik mezelf voor ten minste één ding een lintje toe te eigenen: nl. het maken van een geslaagde huzarensalade. Ik heb tenslotte heel vaak mee kunnen kijken hoe het eigenlijk heurt volgens Escoffier. Da’s best belangrijk, want in een échte huzarensalade hoort geen rommel zoals doperwtjes of hamblokjes. De twijfelachtige salades die heden ten dage aangeboden worden in supermarkt of snackbar hebben helemaal niets gemeen met de traditionele versie waarin uitsluitend eenvoudige maar pure ingrediënten worden verwerkt en zelfgemaakte mayonaise.

Afgelopen dinsdag was het weer zover en ging ik zelf aan de slag met aardappelen, appeltjes, sjalotjes en augurkjes. Woensdag zou ik een hele dag doende zijn met zaken die geregeld moesten worden voor ons mam. Ik wist dat het een vermoeiende dagje zou worden en dat er na afloop weinig tijd en zin zou overblijven om te koken. Op zulke momenten komt zo’n huzarensalade als een geschenk uit de hemel. Bordje op schoot, wijntje erbij en fijn napraten.

Maar allereerst dat stukske fricandeau dus……..



zondag 4 november 2012

Huisgemaakte spare-ribs


“Zo, mevrouw Eetplezier, heeft u niet iets uit te leggen aan al uw vriendelijke en integere lezers? Hoe hypocriet en paradoxaal deze blogpost wel niet mag klinken bijvoorbeeld? U was het toch die veelvuldig melding maakt van het feit weinig tot geen vlees meer te eten? Omdat uw spijsvertering deze zware hap niet langer adequaat weet te verteren, toch? Omdat u zich ook medeverantwoordelijk voelt voor al het leed in de dieronvriendelijke bio-industrie? Omdat u, onder leiding van chef Ottolenghi, de “nieuwe vegetarisch eetcultuur” heeft herontdekt? En wat zien uw eetmaatjes in amper twee weken tijd? Juist, twéé recepten voor dood beest. Is het in u in het hoofd geslagen? Of slaat u opeens alle gezondheids- en milieuwaarschuwingen in de wind? Is uw mental coach met langdurig verlof? Zijn al uw normen en waarden vervaagd of bent u misschien plotsklaps aan lager wal geraakt? Verklaar u nader graag`.

Euh, euh. Tja. Soms hè? Ik ben ook maar een gewoon Mensch. Ik kan er echt niets aan doen. Geloof ik. Het komt zo maar bovendrijven, die carnivorische trekjes. Het is niet tegen te houden. Herinneringen, weemoed, troost, mondvermaak, van dat soort dingen. Hellup, niet schieten, alsjeblieft ….. *verschuilt zich rap achter twee formidabele zijden Nigella-spek*

Spareribs (voor 4 tot 5 personen)
Totdat ik ze zelf maakte, dacht ik altijd dat je spareribs het beste in Chinese restaurants kon eten. Maar het thuis op tafel zetten van deze kluifjes heeft mijn mening daaromtrent totaal veranderd. Kleverig van de honing, maar zoutig scherp van de soja en de rijstazijn, met een aromatische nagalm van gember, kaneel, steranijs en vijfkruidenpoeder en opgediend met een fris, pittig strooisel van pepertjes en lente-uitjes, zijn ze zalig om lekker loom en kliederig van te snoepen. De ultieme beloning voor ongebreidelde gulzigheid. Ze zijn ook heerlijk met kant-en-klare zoete chilisaus (in plaats van de vers gehakte pepertjes met honing). Je kunt vaak hele zijden ribbetjes in de supermarkt krijgen en anders gewoon bij de slager.
(Bron: Nigella Lawson: Voor altijd zomer)

Ingrediënten:

1
6 varkensribbetjes

voor de marinade:
4 eetlepels rijstwijnazijn
3 eetlepels sojasaus
2 rode pepers, gehakt
stuk van 5 cm verse gemberwortel, geschild en in dunne plakjes
2 eetlepels vloeibare honing
2 steranijzen
1 kaneelstokje, in stukjes gebroken
1 theelepel sesamolie
2 eetlepels arachideolie
4 lente-uien, grof gehakt

om te bakken:
2 theelepels vijfkruidenpoeder
2 eetlepels vloeibare honing

om te serveren:
2 rode pepers, fijngesnipperd
2 lente-uitjes, in dunne ringetjes

Stop de ribbetjes in een grote, afsluitbare, plastic zak, doe alle ingrediënten voor de marinade erbij, druk wat lucht uit de zak en sluit hem goed af. Kneed en schud de zak zodat alles goed gemengd wordt. Laat het vlees een hele nacht, maar ten minste een paar uur, op een koele plek in de keuken marineren.

Laat de ribbetjes de dag erna op kamertemperatuur komen. Verwarm de oven voor op 200° of gasovenstand 6.
Stort de gehele inhoud van de zak inclusief de ribbetjes in een braadslee.
Dek de braadslee strak af met aluminiumfolie en zet hem 1 uur in de oven.

Haal daarna het folie eraf, strooi het vijfkruidenpoeder over het vlees en schep de honing erover.
Zet de ribbetjes nog 30 minuten in de oven.
Haal de braadslee er halverwege uit om de stukjes te keren, zodat ze ook aan de onderkant mooi geglaceerd en plakkerig worden.
Pas op dat ze niet verbranden: ze kunnen in 10 minuten krokant en glanzend bruin zijn!
Haal de ribbetjes uit de braadslee, leg ze op een grote schaal en strooi er de gehakte pepertjes en lente-uitjes over.

dinsdag 23 oktober 2012

Karbonades met bruin bier

Thuis aten wij vroeger bij “ons mam”, elke zondag lekker vette koteletjes met gekookte aardappeltjes en seizoensgroenten. Mét een beentje. Het was dat beentje dat zorgde voor het betere kluifwerk, want daar zat een verrukkelijk vetrandje aan. Met glimmende kinnen en pretoogjes van zoveel zinnelijk welbevinden, werd de maaltijd afgesloten met een mierzoet Saroma-toetje. Het kón niet op. Those were the days ……
 
Na veel zoeken vond ik uiteindelijk een slager die niet meedoet aan het armoedige mager-vleesbeleid. Vlees hoort vet te zijn. Zonder vet geen smaak. Punt. Uit.

Ingrediënten
4 dikke karbonades, liefst met vetrand van min. 2 cm dik
2 grote uien
1  teentje look
250 g gerookt spek (een dikke lap, of voorgesneden blokjes)
2 eetlepels bruine suiker
1 flinke eetlepel bloem
1 flinke eetlepel graanmosterd
1 dl bruine fond
2 flesjes bruin bier (33 cl per flesje)
2 takjes tijm
2 blaadjes laurier
een klontje boter
peper
zout

Bereidingswijze
Verwarm een diepe braadpan (of een stoofpot) voor op een matig vuur. Smelt er een klontje boter in. Laat de boter niet verbranden.
Kruid intussen de lappen varkensvlees met wat zout en wat peper van de molen.
Leg de koteletten in het hete braadvet en laat ze ongeveer 2 minuten ongestoord bakken.
Draai het vlees daarna pas om. (Het vlees moet een korstje krijgen, het hoeft nog niet gaar te zijn.)
Neem het vlees na zo’n 2 minuten uit de pan, en zet het opzij. Hou ook de pan met het braadvet bij.

Pel de uien, halveer ze en snij ze vervolgens in halve ringen van ongeveer 0,5 centimeter dik.
Pel de look en snipper de teen. Plet de stukjes look tot pulp. (Gebruik hiervoor het brede lemmet van je koksmes, of een knoflookpers.)
Verwijder het zwoerd en eventuele stukjes kraakbeen uit het stuk gerookt spek. Snij het vlees vervolgens in kleine blokjes of korte reepjes.
Stoof de spekblokjes in de pan waarin je de karbonades hebt gekleurd. Geef ze in enkele minuten een goudbruin tintje.

Voeg de stukken ui en de knoflook toe. Roer en laat de uien 5 minuten mee bakken op een matig vuur.
Strooi de bruine suiker en de bloem over het gerecht. Roer even.
Schenk even later het bruin bier in de diepe pan (of stoofpot) en roer alle aanbaksels los.
Blijf voorzichtig roeren tot de saus een klein beetje bindt.
Doe er de bruine fond bij én wat graanmosterd. (hoeveelheid naar smaak)
Gooi blaadjes laurier en enkele takjes tijm in de pot.

Roer, proef en beslis wat er nog mist in de smaakbalans. Bv. wanneer het bier te bitter smaakt, neutraliseer dat dan met een beetje extra bruine suiker.
Kruid het gerecht met een snuifje zout en voldoende peper van de molen.
Zet het vuur zacht en leg de koteletten in de saus. Gaar het varkensvlees verder gedurende 25 minuten.

Bron: Dagelijkse Kost - Jeroen Meus

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...